Jan krijgt € 0,20 voor iedere krant die hij bezorgt. Daarnaast krijgt hij een vaste vergoeding omdat hij zijn eigen fiets gebruikt van € 10,- per maand. Met welke formule kun je uitrekenen hoeveel hij in een maand verdient?
Question 2
2.
Piet heeft een formule om uit te hoe oud hij in een bepaald jaar is.
Leeftijd = jaar - 2006
Hij wil uitrekenen hoe oud hij is in het jaar 2035. Welke berekening hoort daar bij (dus niet het antwoord) ?
Question 3
3.
Een schilder rekent € 35, per uur en een vast bedrag van € 100 voor de verf zelf. Met welke formule kun je de kosten van de schilderklus uitrekenen waarbij het aantal uur de variabele is.
Question 4
4.
Bereken p in de formule als a = 10
p = 3 x a - 12
NIet alleen een antwoord: laat je berekening ook zien!
Question 5
5.
Zoek uit hoe groot de h is in onderstaande som:
2 x h + 11 = 43
Laat zien hoe je op je antwoord komt.
Question 6
6.
Maak een formule bij het volgende verhaaltje:
Chiara geeft een feestje. Ze vraagt wel een toegangsprijs, namelijk € 2,50 per persoon. Haar ouders sponseren haar ook met een eenmalig bedrag van € 40,-
Gebruik geen woorden in je formule maar alleen letters!