Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library

Hoofdstuk 3 vwo 3 (3.1-3.4)

star
star
star
star
star
Last updated about 7 years ago
16 questions
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Question 1
1.

Wat is het verschil tussen macro- en microniveau

Question 2
2.

Welk(e) van de volgende stoffen kom(t)(en) altijd met zijn twee voor?

Question 3
3.

Geef het symbool van natrium

Question 4
4.

Geef de naam van het volgende atoom: Au

Question 5
5.

Het atoommodel van Bohr is opgebouwd uit een kern met daaromheen schillen waar de elektronen in geragschikt zijn.

Question 6
6.

Lithium heeft een massagetal van 5. Hoeveel protonen, neutronen en elektronen bevat dit lithiumatoom?

Question 7
7.

Welke zin(nen) is/zijn juist?

Question 8
8.

Isotopen zijn stoffen met het zelfde massagetal maar een ander atoomnummer

Question 9
9.

In een neutraal atoom is het aantal elektronen gelijk aan het aantal protonen

Question 10
10.

Het atoomnummer is gelijk aan het aantal protonen in de kern

Question 11
11.

De elektronen en de protonen bepalen de massa van een atoom

Question 12
12.

Het aantal protonen in altijd gelijk aan het aantal neutronen.

Question 13
13.

Litium bevat 3 protonen. Als litium een lading van -1 heeft dan bevinden er 2 elektronen in de schillen

Question 14
14.

Wat is de massa in u van C6H12O6 (C: 12,0 H: 1,00 O: 16,0 u) rond af op één decimaal

Question 15
15.

Hoeveel atoomsoorten bevat C6H12O6

Question 16
16.

Wat is de massapercentage van waterstof in C6H12O6 in u? (rond af op twee decimalen)