In de figuur zie je een (v,t)-grafiek.
Bepaal de grootte van de versnelling (in m/s2) tussen t = 0 s en t = 4 s (getal + eenheid = m/s2)
In de (v,t)-grafiek zie je een aantal lijnen.
Welke lijnen horen bij een eenparig versnelde (vertraagde) beweging?
Een steen valt van een dak. De steen raakt de grond met een snelheid van 28 m/s.
Bereken hoe lang (in s) de val heeft geduurt.
In de figuur zie je een (v,t)-grafiek.
Bepaal de gemiddelde snelheid (in m/s) tussen t = 0 s en t = 40 s.
Jan staat op de tafel en laat een zware kogel op de grond vallen. De kogel raakt de grond met een snelheid van 7,4 m/s.
Bereken de hoogte (in m) waarvan Jan de kogel losliet (getal + eenheid). Hint bereken ook de gemiddelde snelheid.
Stijn krijgt de opdracht om in de gegeven (v,t)-grafiek de versnelling op t = 40 s te bepalen. Hij heeft alvast de raaklijn op t = 40 s getekend.

Bepaal de versnelling (in m/s2) op t = 40 s (getal (2 decimalen) + eenheid)