'In 1904 doet een archeoloog opgravingen in Zeeland, op een plek waarvan verwacht word dat daar vroeger één van de eerste boeren in Nederland woondde. Bij deze opgraving vind zij veel verschillende dingen: huizen die op palen stonden, uitgeholde boomstammen die gebruikt werden als boten, potten met een lange hals en nog een handje vol stenen die waarschijnlijk gebruikt zijn als gereedschap. Maar er was één voorwerp die de archeoloog echt aansprak: een ivoren beeldje dat een vrouw zou moeten voorstellen, gevonden op een verhoging dat waarschijnlijk een soort altaar is geweest. Om het altaar heen zijn restanten van voedsel gevonden. '