Uit hoeveel zinsdelen bestaat onderstaande zin?
De jarige kreeg van zijn moeder een nieuwe PS-4
Wat is het onderwerp in de zin:
In de zomervakantie gaan we met z'n allen naar Spanje.
Wat is het onderwerp in de zin:
De leerlingen zal een nieuw rapport worden gegeven.
Wat is het onderwerp in de zin:
Een kopje koffie kunt u halen in de kantine.
Wat is het onderwerp in de zin:
De auto bracht ons weer veilig thuis.
Noteer van onderstaande zin het werkwoordelijk gezegde (wg).
Noteer het woord of de woorden naast elkaar met een spatie ertussen (als er meerdere woorden zijn). Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.
Ik geef je voor je verjaardag een boek.
Noteer van onderstaande zin het werkwoordelijk gezegde (wg).
Noteer de woorden naast elkaar met een spatie ertussen. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken!
Ik zou je voor je verjaardag een boek willen geven.
Noteer van onderstaande zin het werkwoordelijk gezegde (wg).
Noteer de woorden naast elkaar met een spatie ertussen. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.
We bellen je morgen op.
Noteer van onderstaande zin het werkwoordelijk gezegde (wg).
Noteer de woorden naast elkaar met een spatie ertussen. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.
De goochelaar weigerde zijn trucs te verklaren.
Een lijdend voorwerp vind je door te vragen: wie of wat+gezegde+onderwerp.
Niet elke zin heeft een lijdend voorwerp.
Noteer het lijdend voorwerp van onderstaande zin:
Ik eet een appel.
Noteer het lijdend voorwerp van onderstaande zin:
Peter levert het boekverslag in.
Noteer het lijdend voorwerp van onderstaande zin:
Mogen we deze vakantie elke dag pizza eten?
Noteer het lijdend voorwerp van onderstaande zin:
In de tweede helft schoot Justin de bal drie keer op de lat.
Bij het meewerkend voorwerp kun je het woordje 'aan' of het woordje 'voor' vaak weglaten (of juist toevoegen).
Het meewerkend voorwerp geeft soms een plaats of tijd aan.
Een meewerkend voorwerp vind je door de vraag te stellen:
aan of voor wie+gezegde+onderwerp
Noteer van onderstaande zin het meewerkend voorwerp:
Ouders geven hun kinderen zakgeld.
Noteer van onderstaande zin het meewerkend voorwerp:
Die spullen zijn mij veel waard.
Noteer van onderstaande zin het meewerkend voorwerp:
Het zou voor haar een mooie prijs opleveren.
Een bijwoordelijke bepaling is een zelfstandig zinsdeel.
Een bijwoordelijke bepaling staat altijd aan het begin van een zin.
Een bijwoordelijke bepaling geeft antwoord opvragen als wanneer, waar, waarmee, hoe, door wie, met wie et cetera.
Noteer uit onderstaande zin de bijwoordelijke bepaling(en).
Hij fietste naar het sportveld.
Noteer uit onderstaande zin de bijwoordelijke bepaling(en).
Nooit ga ik meer in die achtbaan.
Noteer uit onderstaande zin de bijwoordelijke bepaling(en). Gebruik kleine letters en geen komma's of punten, alleen spaties.
Gister sneed hij met zijn zakmes het brood.
Hoe noem je het onderstreepte zinsdeel?
Nogal wat Nederlanders houden van kaas.
Hoe noem je het onderstreepte zinsdeel?
Slimme fabrikanten van borrelhapjes geven hun product daarom een kaassmaakje.
Hoe noem je het onderstreepte zinsdeel?
Zij proberen zoveel mogelijk mensen hun snacks te verkopen.
Hoe noem je het onderstreepte zinsdeel?
Ze besteden veel zorg aan hun bijna echte kaassnack.
Hoeveel bijwoordelijke bepalingen staan er in onderstaande zin?
Er woonden eens een man en een vrouw arm maar gelukkig samen met hun twee kinderen in een donker bos.
Hoe noem je het onderstreepte zinsdeel?
Een gezin heeft een viergangenmenu gegeten in een chic sterrenrestaurant.
Met een slap handje begroette de leraar zijn nieuwe collega's.
Het onderstreepte zinsdeel is:
De jongen gaf zijn lieve oma een mooie bos bloemen.
het onderstreepte zinsdeel is:
Die dure fiets vind ik helemaal niet mooi.
Het onderstreepte zinsdeel is:
Lastige vragen stelde de interviewer me nooit.
Het onderstreepte zinsdeel is:
Gister ging de oude man door de regen met zijn nieuwe rollator wandelen door het park.
Welke bewering (en) zijn juist?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.