Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library

HA1Oefentoets grammatica zinsdelen zonder ng

star
star
star
star
star
Last updated almost 4 years ago
38 questions
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
2
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Question 1
1.

Uit hoeveel zinsdelen bestaat onderstaande zin?

De jarige kreeg van zijn moeder een nieuwe PS-4

Question 2
2.

Wat is het onderwerp in de zin:

In de zomervakantie gaan we met z'n allen naar Spanje.

Question 3
3.

Wat is het onderwerp in de zin:

De leerlingen zal een nieuw rapport worden gegeven.

Question 4
4.

Wat is het onderwerp in de zin:

Een kopje koffie kunt u halen in de kantine.

Question 5
5.

Wat is het onderwerp in de zin:

De auto bracht ons weer veilig thuis.

Question 6
6.

Noteer van onderstaande zin het werkwoordelijk gezegde (wg).

Noteer het woord of de woorden naast elkaar met een spatie ertussen (als er meerdere woorden zijn). Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.

Ik geef je voor je verjaardag een boek.

Question 7
7.

Noteer van onderstaande zin het werkwoordelijk gezegde (wg).

Noteer de woorden naast elkaar met een spatie ertussen. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken!

Ik zou je voor je verjaardag een boek willen geven.

Question 8
8.

Noteer van onderstaande zin het werkwoordelijk gezegde (wg).

Noteer de woorden naast elkaar met een spatie ertussen. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.

We bellen je morgen op.

Question 9
9.

Noteer van onderstaande zin het werkwoordelijk gezegde (wg).

Noteer de woorden naast elkaar met een spatie ertussen. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.

De goochelaar weigerde zijn trucs te verklaren.

Question 10
10.

Een lijdend voorwerp vind je door te vragen: wie of wat+gezegde+onderwerp.

Question 11
11.

Niet elke zin heeft een lijdend voorwerp.

Question 12
12.

Noteer het lijdend voorwerp van onderstaande zin:

Ik eet een appel.

Question 13
13.

Noteer het lijdend voorwerp van onderstaande zin:

Peter levert het boekverslag in.

Question 14
14.

Noteer het lijdend voorwerp van onderstaande zin:

Mogen we deze vakantie elke dag pizza eten?

Question 15
15.

Noteer het lijdend voorwerp van onderstaande zin:

In de tweede helft schoot Justin de bal drie keer op de lat.

Question 16
16.

Bij het meewerkend voorwerp kun je het woordje 'aan' of het woordje 'voor' vaak weglaten (of juist toevoegen).

Question 17
17.

Het meewerkend voorwerp geeft soms een plaats of tijd aan.

Question 18
18.

Een meewerkend voorwerp vind je door de vraag te stellen:

aan of voor wie+gezegde+onderwerp

Question 19
19.

Noteer van onderstaande zin het meewerkend voorwerp:

Ouders geven hun kinderen zakgeld.

Question 20
20.

Noteer van onderstaande zin het meewerkend voorwerp:

Die spullen zijn mij veel waard.

Question 21
21.

Noteer van onderstaande zin het meewerkend voorwerp:

Het zou voor haar een mooie prijs opleveren.

Question 22
22.

Een bijwoordelijke bepaling is een zelfstandig zinsdeel.

Question 23
23.

Een bijwoordelijke bepaling staat altijd aan het begin van een zin.

Question 24
24.

Een bijwoordelijke bepaling geeft antwoord opvragen als wanneer, waar, waarmee, hoe, door wie, met wie et cetera.

Question 25
25.

Noteer uit onderstaande zin de bijwoordelijke bepaling(en).

Hij fietste naar het sportveld.

Question 26
26.

Noteer uit onderstaande zin de bijwoordelijke bepaling(en).

Nooit ga ik meer in die achtbaan.

Question 27
27.

Noteer uit onderstaande zin de bijwoordelijke bepaling(en). Gebruik kleine letters en geen komma's of punten, alleen spaties.

Gister sneed hij met zijn zakmes het brood.

Question 28
28.

Hoe noem je het onderstreepte zinsdeel?

Nogal wat Nederlanders houden van kaas.

Question 29
29.

Hoe noem je het onderstreepte zinsdeel?

Slimme fabrikanten van borrelhapjes geven hun product daarom een kaassmaakje.

Question 30
30.

Hoe noem je het onderstreepte zinsdeel?

Zij proberen zoveel mogelijk mensen hun snacks te verkopen.

Question 31
31.

Hoe noem je het onderstreepte zinsdeel?

Ze besteden veel zorg aan hun bijna echte kaassnack.

Question 32
32.

Hoeveel bijwoordelijke bepalingen staan er in onderstaande zin?

Er woonden eens een man en een vrouw arm maar gelukkig samen met hun twee kinderen in een donker bos.

Question 33
33.

Hoe noem je het onderstreepte zinsdeel?

Een gezin heeft een viergangenmenu gegeten in een chic sterrenrestaurant.

Question 34
34.

Met een slap handje begroette de leraar zijn nieuwe collega's.

Het onderstreepte zinsdeel is:

Question 35
35.

De jongen gaf zijn lieve oma een mooie bos bloemen.
het onderstreepte zinsdeel is:

Question 36
36.

Die dure fiets vind ik helemaal niet mooi.
Het onderstreepte zinsdeel is:

Question 37
37.

Lastige vragen stelde de interviewer me nooit.
Het onderstreepte zinsdeel is:

Question 38
38.

Gister ging de oude man door de regen met zijn nieuwe rollator wandelen door het park.

Welke bewering (en) zijn juist?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.