Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library
Spelling (1) samenstellingen, pv tt en vt
By Esther Linke
star
star
star
star
star
Share
share
Last updated over 3 years ago
30 questions
Add this activity
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Question 1
1.
Question 2
2.
Question 3
3.
Question 4
4.
Vul het juiste antwoord in. Gebruik de
verleden tijd.
Gebruik kleine letters. Ook als het woord dat je moet invullen aan het begin van de zin staat!
Een raaf (roven) een lekkere kaas.
Question 5
5.
Vul het juiste antwoord in. Gebruik de
verleden tijd.
Gebruik kleine letters. Ook als het woord dat je moet invullen aan het begin van de zin staat!
Met moeite (landen) hij daarmee op een dikke tak.
Question 6
6.
Vul het juiste antwoord in. Gebruik de
verleden tijd.
Gebruik kleine letters. Ook als het woord dat je moet invullen aan het begin van de zin staat!
Een vos (bespieden) de raaf.
Question 7
7.
Vul het juiste antwoord in. Gebruik de
verleden tijd.
Gebruik kleine letters. Ook als het woord dat je moet invullen aan het begin van de zin staat!
Hij (snellen) erheen en slijmde bij de zwarte vogel.
Question 8
8.
Vul het juiste antwoord in. Gebruik de
verleden tijd.
Gebruik kleine letters. Ook als het woord dat je moet invullen aan het begin van de zin staat!
De vos (zuchten): 'Ik hoorde dat jij zo mooi kunt zingen.'
Question 9
9.
Vul het juiste antwoord in. Gebruik de
verleden tijd.
Gebruik kleine letters. Ook als het woord dat je moet invullen aan het begin van de zin staat!
'Ik (wensen) dat ik dat ook kon.'
Question 10
10.
Vul het juiste antwoord in. Gebruik de
verleden tijd.
Gebruik kleine letters. Ook als het woord dat je moet invullen aan het begin van de zin staat!
'(verrassen) je ons maar met een mooi lied!'
Question 11
11.
Vul het juiste antwoord in. Gebruik de
verleden tijd.
Gebruik kleine letters. Ook als het woord dat je moet invullen aan het begin van de zin staat!
De raaf (voelen) zich vereerd en opende zijn mond.
Question 12
12.
Vul het juiste antwoord in. Gebruik de
verleden tijd.
Gebruik kleine letters. Ook als het woord dat je moet invullen aan het begin van de zin staat!
Hij (krassen) afgrijselijk.
Question 13
13.
Vul het juiste antwoord in. Gebruik de
verleden tijd.
Gebruik kleine letters. Ook als het woord dat je moet invullen aan het begin van de zin staat!
De kaas (vallen) uit zijn bek en zo roofde de vos de kaas van de raaf.
Question 14
14.
Question 15
15.
Question 16
16.
Question 17
17.
Question 18
18.
Question 19
19.
Question 20
20.
Question 21
21.
Question 22
22.
Question 23
23.
Question 24
24.
Question 25
25.
Question 26
26.
Question 27
27.
Question 28
28.
Question 29
29.
Question 30
30.
Persoonsvorm verleden tijd
Hij (lachen) naar zijn vrouw, (starten) de motor en reed weg.
lachte, starte
lachtte, startte
lachte, startte
Persoonsvorm verleden tijd
Wij (verwachten) gister iemand anders.
verwachten
verwachtten
Hij (lachen) het hardst om de film die we gister keken.
lachte
lachtte
Samenstellingen schrijf je zoveel mogelijk aan elkaar.
True
False
Samenstellingen met een voorzetsel schrijf je ook aan elkaar.
True
False
Samenstellingen waarvan één of beide woorden uit het Engels is overgenomen, schrijf je los van elkaar.
True
False
Kies het woord dat correct gespeld is.
waterproof
water proof
Kies het woord dat correct gespeld is.
waar voor
waarvoor
Kies het woord dat correct gespeld is.
openlucht zwembad
openluchtzwembad
Kies het woord dat correct gespeld is.
schoolexamen
school examen
Kies het woord dat correct gespeld is.
blinde darmontsteking
blindedarmontsteking
blinde darm ontsteking
Kies het woord dat correct gespeld is.
team work
teamwork
Kies het woord dat correct gespeld is.
hier na
hierna
Kies het woord dat correct gespeld is.
auto rijden
autorijden
Kies het woord dat correct gespeld is.
zonnestraal
zonne straal
Het werkwoord
huppelen
is een splitsbaar werkwoord.
True
False
Kies het woord dat correct gespeld is.
mee doen
meedoen
Kies het woord dat correct gespeld is.
wegvallen
weg vallen
Kies het woord dat correct gespeld is.
aanvallen
aan vallen
Kies het woord dat correct gespeld is.
eerstelijnsgezondheidszorg
eerstelijns gezondheidszorg