Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library
Werkwoordspelling
By Marjolein Hes
star
star
star
star
star
Share
share
Last updated almost 6 years ago
10 questions
Add this activity
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Question 1
1.
Jaap ....... (stoppen v.t.) voor het verkeerslicht.
Question 2
2.
Zij heeft hem altijd ............ (wijsmaken, vd) dat het te gevaarlijk is in de stad.
Question 3
3.
Daan ......... (schroeven, vt) de twee plankjes aan ekaar vast.
Question 4
4.
............ (vouwen, tt) jij het tafellaken nog even voor mij op?
Question 5
5.
De school .............. (schorsen, vt) de agressieve leerling voor een dag.
Question 6
6.
De tuin van het klooster wordt ..................... (begrenzen, vd) door een muur.
Question 7
7.
De schrijvers .................. (richten, vt) zich op een jong publiek.
Question 8
8.
Isa ...................... (erven, vt) een fortuin van haar opa.
Question 9
9.
Ik dacht al dat er iets mis was, hij gedroeg zich zo ....................... (haasten, vd)
Question 10
10.
Ik ........................ (mompelen, tt) vaak in mezelf als ik aan het nadenken ben.