Beste studenten, De opdracht moet gemaakt zijn voor maandag 23 maart. De antwoorden worden in de les besproken en daarnaast is er ruimte voor vragen. Tot bekijken we het vervolg van Celine.
Wat zijn de drie opvoedaspecten?
Wat zijn de drie ontwikkelingsaspecten?
Welke twee assen heb je op het cognitieve aspect?
Welke twee assen zijn er op de conatieve as?
De relatie met een broer en zus kun je weergeven met een R, een r1 of een r2
Anne is verlegen en als ze haar mening mag zeggen is ze het altijd eens met de ander. De orthopedagogische hulpvraag op de conatieve as moet gericht zijn op zelfactualisatie.
Kees heeft veel ruzie met haar ouders. Kees moet leren beter te harmoniëren.
Een hulpvraag van een kind met een hectingstoornis moet primair gericht zijn op de affectieve as.
Welke twee hechtingstoornissen zijn er?
De Ontremde-sociaalcontactstoornis (Disinhibited social engagement disorder) wordt ook wel eens omschreven als kritiekloos.
Bij Celine zie je kenmerken van de reactieve hechtingsstoornis
Maak m.b.v. een notatie duidelijk wat de orthopedagogische hulpvraag van Celine is. (Kok, 2016)
Noteer op basis van de notatie de orthopedagogische hulpvraag van Celine.
Geef advies aan de opvoeders van Celine op eerstegraadsstrategie.
Wat voor advies geef je de opvoeders op tweedegraadsstrategie?