Chapitre 5, Grammaire A poser des questions
Maak onderstaande zin vragend op 2 andere manieren.
Tu aimes le chocolat?
Maak onderstaande zin vragend op 2 andere manieren.
Avez - vous fait les devoirs?
Maak onderstaande zin vragend op 2 andere manieren.
Comment tu t'appelles?
Maak onderstaande zin vragend op 2 andere manieren.
A - t - il habité en Afrique?
Maak onderstaande zin vragend op 2 andere manieren.
Pourquoi est-ce qu'il déteste le café ?