Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library

Te kennen begrippen

star
star
star
star
star
Last updated almost 6 years ago
27 questions
Note from the author:
Te kennen begrippen uit de les geschiedenis
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1


Plaats volgende begrippen bij de juiste betekenis.

Algemene termen

politiek domein - economisch domein - sociaal domein - cultureel domein - objectief - subjectief
Question 1
1.

Levensbeschouwing (godsdienst, filosofie, ...), wetenschap, techniek, kunst, ...

Question 2
2.

Gebaseerd op feiten, weergave van de feiten zoals ze werkelijk gebeurd zijn.

Question 3
3.

Bestuur, recht, wetten, oorlog, veroveringen, ...

Question 4
4.

Handel, werk, geld, landbouw, diensten, ...

Question 5
5.

Interpretatie van de feiten, de maker van de bron geeft zijn versie van de feiten.

Question 6
6.

Standenmaatschappij, rijk/arm, manier waarop mensen met elkaar omgaan, ...

Alexander de Grote

hegemonie - expansie - imperialisme - stadstaat - lingua franca - eurozone - hellenisme - Diadochen
Question 7
7.

Opvolgers van Alexander de Grote.

Question 8
8.

Onafhankelijke stad met eigen bestuur, wetten, ...

Question 9
9.

Heerschappij over een gebied

Question 10
10.

Smeltcultuur met elementen uit de Griekse en Oosterse cultuur.

Question 11
11.

Uitbreiding (bv. gebiedsuitbreiding)

Question 12
12.

Landen van de Europese Unie waar met de euro betaald wordt.

Question 13
13.

Uitbreiding van macht over een land of volk.

Question 14
14.

Wereldtaal: taal die in een groot aantal gebieden gesproken wordt

De Romeinse republiek
republiek - divide et impera - Romeinse provincies - aristrocratie - grondadel - geldadel - patriciër - plebejer - proletariër - equites - latifundium - burgeroorlog - standenstrijd
Question 15
15.

Rijke soldaten die te paard vochten

Question 16
16.

Samenleving waarin rijke families alle macht hebben.

Question 17
17.

Bestuursvorm waarbij het volk zijn leider(s) kiest.

Question 18
18.

Iemand van het gewone Romeinse volk (handelaars, ambachtslui, boeren, ...)

Question 19
19.

Conflict tussen de verschillende standen (patriciërs en plebejers)

Question 20
20.

Mensen die rijk geworden zijn door handel en ambachten.

Question 21
21.

Verdeel en heers: tactiek waarbij men conflicten veroorzaakte onder de tegenstanders, zodat ze Rome niet zouden aanvallen.

Question 22
22.

Oorlog tussen de verschillende bevolkingsgroepen van een land.

Question 23
23.

Arme boer die zijn bezittingen moest verkopen aan grootgrondbezitters en naar de stad trok. Behoort tot de arme burgers die niets hebben.

Question 24
24.

Gebieden buiten Italië die in het bezit waren van Rome.

Question 25
25.

Grote landbouwonderneming

Question 26
26.

Mensen die rijk geworden zijn door het bezit van grondgebied (grootgrondbezitters).

Question 27
27.

Lid van de aristocratie.