Formatieve toets havo 1 hoofdstuk 7 Vlakke figuren

Welke van de figuren zijn draaisymmetrisch?

Bovenstaande figuur is draaisymmetrisch. Wat is de kleinste draaihoek? Geef de formule, de berekening én het antwoord.
Neem onderstaande figuur zo netjes mogelijk over in je schrift.
Spiegel vervolgens de vierhoek in lijn k.
Maak een foto van je tekening.
Gegeven is onderstaand figuur. Hierbij geldt dat <B1 = 21 graden, <C12 = 108 graden en AB // CD.
Dit figuur gebruik je voor vraag 5.
Schrijf je uitwerking (zoals je gewend bent) in je schrift. Upload een foto van je uitwerking bij vraag 6.
Bereken <B2. Gebruik de bovenstaande afbeelding.
Vul hier alleen het antwoord in: (.... graden)
Maak een foto van je berekening/uitwerking van <B2. Deze kun je hier uploaden.
Gegeven is onderstaand figuur. Hierbij geldt dat driehoek NOP gelijkbenig is, met NP = PO.
NP is de bissectrice van <N12. Verder geldt dat <N1 = 40 graden en <Q1 is een rechte hoek.
Verder geldt dat RT // NP.
Dit figuur gebruik je voor vraag 7 en 8. Schrijf je uitwerking (zoals je gewend bent) in je schrift. Upload een foto van je uitwerking bij vraag 9.
a) Bereken <O. Gebruik de bovenstaande afbeelding.
Vul hier alleen het antwoord in: (.... graden)
b) Bereken <R2. Gebruik de bovenstaande afbeelding.
Vul hier alleen het antwoord in: (.... graden)
Maak een foto van je berekening/uitwerking van <O en <R2. Deze kun je hier uploaden.
Welke van de figuren zijn lijnsymmetrisch?