Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library

Werkwoordspelling

star
star
star
star
star
Last updated almost 6 years ago
20 questions
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Question 1
1.

Hij (vermoeden = tt) dat hij in één keer slaagt voor zijn examen.

Question 2
2.

Hoe laat (landen = tt) je broer op Schilphol vandaag?

Question 3
3.

Mijn vader (barbecuen) graag met mooi weer.

Question 4
4.

De (vluchten) overvallers werden na een achtervolging snel aangehouden.

Question 5
5.

Gisteren (fietsen) ik met de boodschappen naar oma.

Question 6
6.

In het verpleeghuis worden elke avond de vloeren (schrobben).

Question 7
7.

De coronapatiënten worden in het zoekenhuis direct (isoleren).

Question 8
8.

De (begroten) kosten voor de crisis vallen hoger uit.

Question 9
9.

Helaas (racen = tt) Max Verstappen in mei niet op het circuit in Zandvoort.

Question 10
10.

De jongens (geloven = vt) dat het allemaal wel goed kwam.

Question 11
11.

Vanmiddag worden die artikelen waarschijnlijk (afprijzen).

Question 12
12.

Haar ouders (betalen) vorig jaar het sportabonnement.

Question 13
13.

(Hoesten) kwam de man op het spreekuur van de huisarts.

Question 14
14.

Veel mensen (melden) zich vorige week ziek bij hun werkgever.

Question 15
15.

Mijn vriend en ik (joggen) vanochtend samen 5 km.

Question 16
16.

Ik heb per ongeluk het hele document (deleten).

Question 17
17.

Hoe (heten) die zanger die vorig jaar het songfestival won?

Question 18
18.

De docent heeft gisteren al mijn vragen nog per mail (beantwoorden).

Question 19
19.

De wijkverpleegkundige (verbinden) vanochtend snel de wond van de oude man.

Question 20
20.

De (haten) dictator is naar het buitenland gevlucht.