Literair vertaler G. van Bibbelenbach vertaalt r. 363-365 als volgt:
"En alsof dat niet genoeg is, maakten zij ook nog met handen en voeten de vijver troebel, en sprongen zij heen en weer om diep uit de vijver modder op te baggeren."
Leg uit dat van Bibbelenbach in zijn vertaling grammaticaal afwijkt van het Latijn. Doe dat aan de hand van het woord saltu (r. 365) en ga in je antwoord in op (de grammaticale vorm van) zowel het Latijn als de vertaling.