Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library

Formatieve toets 4 Latijn, Latona

star
star
star
star
star
Last updated almost 6 years ago
12 questions
1
1
2
1
2
1
1
2
1
1
0
2
Question 1
1.

usus communis aquarum est (r. 349).
Noteer het woord uit r. 349-355 dat inhoudelijk overeenkomt met communis.

Question 2
2.

usus communis aquarum est (r. 349).
Noteer het woord uit r. 349-355 dat inhoudelijk met communis contrasteert (een tegenstelling vormt).

Question 3
3.

Question 4
4.

De Rustica turba (r. 348) wordt in r. 346-355 nog met een ander Latijns woord aangeduid. Citeer dit Latijnse woord.

Question 5
5.

Question 6
6.

r. 345 sed relevare sitim. Caret os umore loquentis
Als je de punt zou veranderen in een komma, welk voegwoord zou hier dan het beste passen?

Question 7
7.

De boeren stellen zich in r. 361-365 ronduit brutaal op tegen Latona en haar kroost. Dat doen ze zowel verbaal als fysiek. Kies het tekstelement dat een verbale reactie van de boeren weergeeft.

Question 8
8.

Literair vertaler G. van Bibbelenbach vertaalt r. 363-365 als volgt:
"En alsof dat niet genoeg is, maakten zij ook nog met handen en voeten de vijver troebel, en sprongen zij heen en weer om diep uit de vijver modder op te baggeren."

Leg uit dat van Bibbelenbach in zijn vertaling grammaticaal afwijkt van het Latijn. Doe dat aan de hand van het woord saltu (r. 365) en ga in je antwoord in op (de grammaticale vorm van) zowel het Latijn als de vertaling.

Question 9
9.

In r. 366-370 spreekt Latona een vervloeking uit, die in het vervolg uitkomt.
Noteer een tekstelement uit r. 366-374 waardoor je zou kunnen twijfelen of Latona de transformatie van de kikkers wel zelf in gang heeft gezet.

Question 10
10.

Question 11
11.

Leg uit waarom op de gekozen regel een tweede deel van de metamorfose begint. Ga in je antwoord in op de inhoud van zowel het eerste als het tweede deel van de metamorfose

Question 12
12.

Selecteer alle (naam)woorden waarmee Latona wordt aangeduid.
dea (r. 348)
supplex (r. 352)
loquentis (r. 354)
hi (r. 358)
vos (r. 358)
quem (r. 360)
orantem (r. 361)
Selecteer de stilistische middelen die voorkomen in r. 354-360. (Voor een overzicht van de stilistische middelen, zie Studeo, p. 95-106)
alliteratie
anafoor
asyndeton
litotes
retorische vraag
hyperbaton
polysyndeton
vergelijking
Maar
Terwijl
Toen
De metamorphose van de boeren begint in r. 370 en eindigt in r. 381. Deze metamorphose is echter goed in tweeën te delen. Op welke regel begint het tweede deel?
r. 372
r. 373
r. 374
r. 375
r. 376
r. 377
r. 378
Selecteer alléén de werkwoordsvormen die in de coniunctivus staan EN in een hoofdzin gebruikt zijn.
hauriret, r. 347
affata (est), r. 348
detis, r. 352
dederitis, r. 357
moveant, r. 358
potuissent, r. 360
abscedat, r, 362
turbavere, r. 364
supplicat, r. 367
vivatis, r. 369
exercent, r. 375
sint, r. 376
salient, r. 381