Deze goformative zal gaan over paragraaf 6.2 blz 135 t/m 137
Natuurlijk komen er wellicht ook stukjes terug van paragraaf 1 omdat we steeds verder gaan met de stof van hoofdstuk 6, hieronder een samenvatting zodat je alle info paraat hebt. (video's zijn terug te bekijken in de vorige goformative)
Energie gaat nooit verloren, maar het kan wel omgezet worden in een andere vorm.
Energievormen zijn: chemische energie, elektrische energie, bewegingsenergie, zwaarte-energie, stralingsenergie, kernenergie en veerenergie. In de natuur en bij bewegingen vinden voortdurend energieomzettingen plaats.
Energiesoorten kunnen in elkaar omgezet worden.
Energieomzettingen kun je weergeven in een blokschema. In het blok staat de omzetter (het apparaat). Bij de pijlen staan de energiesoorten.
Het rendement is het nuttige deel van de energieomzetting
· η =Enuttig/Etotaal · 100%
v » m/s (meter per seconde)
Km/h naar m/s (delen door 3,6)
Is rechtevenreding met kracht en verplaatsing.
· Fz = m · 9,81 (optillen voorwerp)
9,81 is de valversnelling g op aarde in m/s²
De energie die een voorwerp krijgt bij een beweging, dit is afhankelijk van de massa en de snelheid
m = massa in kg (kilogram)
v = snelheid in m/s (meter per seconde)
De energie die een voorwerp krijgt bij het vallen, dit is gelijk aan de zwaartekracht maal de hoogte
g = valversnelling in m/s² is de valversnelling g op aarde is 9,81
(opgelet in het filmpje van les 2?) Ez= Fz x h (kracht x verplaatsing) evenals arbeid W=Fxs