Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library

stevigheid en beweging mavo 3 H7

star
star
star
star
star
Last updated about 6 years ago
22 questions
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Question 1
1.

Question 2
2.

Question 3
3.

Question 4
4.

Question 5
5.

Question 6
6.

Question 7
7.

Question 8
8.

Question 9
9.

Question 10
10.

Question 11
11.

Question 12
12.

Question 13
13.

Question 14
14.

Question 15
15.

Question 16
16.

Question 17
17.

Question 18
18.

Hoe heet het stukje kraakbeen dat in de knie zit?

Question 19
19.

Hypermobiel
Thirza moet naar de fysiotherapeut. Ze heeft pijn in haar knieën bij het hardlopen, maar ze weet niet waar die pijn vandaan komt. De fysiotherapeut onderzoekt haar en vertelt haar dat ze hypermobiel is. Dat betekent dat de kapselbanden rondom haar gewrichten te soepel zijn.
Niet iedereen die hypermobiel is, krijgt pijnklachten. Ook bij Thirza is het probleem niet heel groot. Haar pijnklachten kunnen worden verholpen door tijdens het hardlopen steunzooltjes te gebruiken. Zo worden haar knieën minder belast.
Een van de testjes die de fysiotherapeut doet, is de pink van Thirza naar achteren strekken. Thirza kan haar pink meer dan 90 graden overstrekken. Dit is een teken van hypermobiliteit.

Waardoor kunnen hypermobiele mensen hun vingers ver naar achteren strekken?

Question 20
20.

Hypermobiliteit hoeft niet te leiden tot klachten. Bij sommige beroepen of hobby’s kan hypermobiliteit ook handig zijn, bijvoorbeeld bij balletdansen of turnen.
Leg uit waardoor hypermobiliteit ook handig kan zijn.

Question 21
21.

Waardoor neemt de kans op een spierblessure af wanneer je een warming-up doet voor een intensieve sportsessie?

Question 22
22.

Vroeger hadden veel vrouwen last van een ‘brei-arm’. Een brei-arm is vergelijkbaar met een tennisarm. Beide klachten worden veroorzaakt door te vaak achter elkaar dezelfde beweging te maken.
Wat is de verzamelnaam voor zulke klachten?

Jonatan en Walter voetballen. Jonatan rent op de bal af en loopt onderweg per ongeluk tegen Walter aan. Walter komt ongelukkig ten val en schreeuwt het uit van de pijn. In het ziekenhuis blijkt dat hij zijn ellepijp heeft gebroken. Walters onderarm moet in het gips.
Door het gips kunnen de twee helften van het bot weer aan elkaar vastgroeien.
True
False
Jonatan en Walter voetballen. Jonatan rent op de bal af en loopt onderweg per ongeluk tegen Walter aan. Walter komt ongelukkig ten val en schreeuwt het uit van de pijn. In het ziekenhuis blijkt dat hij zijn ellepijp heeft gebroken. Walters onderarm moet in het gips.
Als bij de botbreuk de bothelften scheef staan, moeten ze eerst recht worden gezet voordat er gips om de arm gaat.
True
False
Kraakbeenweefsel is stevig en goed buigzaam.
True
False
In afbeelding 1 zie je een meisje een krat optillen.

Het meisje in afbeelding 1 kan rugklachten krijgen door op deze manier te tillen.
True
False
Pezen kunnen niet samentrekken.
True
False
Lees de context ‘Osteochondrose’ in afbeelding 2.
Bekijk in afbeelding 2 de tekening van de situatie met osteochondrose.
Welke bewering is juist?
In het gedeelte met kraakbeen komt alleen lijmstof voor.
In het gedeelte met kraakbeen komt geen rood beenmerg voor.
In het gedeelte met kraakbeen komt geen tussencelstof voor.
Een andere aandoening aan het kraakbeen in gewrichten is artrose. Hierbij verdwijnt het laagje kraakbeen uit het gewricht.
Welk gevolg kan het verdwijnen van het kraakbeen hebben?
De gewrichtskogel en de gewrichtskom slijten.
De gewrichtskogel kan niet meer bewegen in de gewrichtskom.
De gewrichtskogel komt te los in de gewrichtskom te liggen.
Met welk nummer is een wervel aangegeven?
1
2
3
Een deel kan zodanig beschadigen dat een hernia ontstaat.
Met welk nummer is dit deel aangegeven?
1
2
3
Hieronder staan drie uitspraken over het skelet van organismen.
1De meeste beenderen van het skelet zijn beweeglijk met elkaar verbonden.
2Het skelet geeft bescherming tegen het binnendringen van bacteriën.
3Het skelet geeft vorm aan het lichaam.
Welke van deze uitspraken geldt (gelden) voor het skelet van de mens?
1
2
3
1,2
1,3
1,2,3
Welke beenderen zijn onderdeel van de schoudergordel?
De dijbeenderen.
De halswervels.
De heupbeenderen.
De sleutelbeenderen.
Van drie varkens wordt een stukje rib onderzocht op het percentage lijmstof. De resultaten van dit onderzoek zijn in afbeelding 4 weergegeven.
Welk varken is waarschijnlijk het jongst?
1
2
3
In afbeelding 5 is een voorpoot van een koe schematisch getekend.
De vragen 13 en 14 gaan over deze afbeelding.

Wat is in de koeienpoot van afbeelding 5 met Q aangegeven?
Dijbeen
hielbeen
knieschijf
Waaraan kun je zien dat een koe een hoefganger is?
Een koe loopt op de hele voetzool.
Een koe loopt op de toppen van de tenen
Een koe loopt op de tenen
Wat voor soort gewricht is het heupgewricht?
kogelgewricht
scharniergewricht
rolgewricht
Wat zijn antagonisten?
Spieren die een buigende beweging maken.
Spieren die een strekkende beweging maken.
Spieren die ervoor zorgen dat de strekkende spier kan ontspannen.
Spieren waarvan het samentrekken een tegengesteld effect heeft.
Een normale spier in ontspannen toestand heeft een bepaalde lengte. Een spier kan echter ook verkort zijn. Dit betekent dat de spier in ontspannen toestand korter is dan een normale spier.
Dit kan allerlei pijnklachten opleveren. De te korte spier kan bijvoorbeeld over een zenuw schuren. Dit veroorzaakt een constante pijn.
Hoe kan een spier verkort raken?
Door de spier te veel te belasten.
Door de spier te ver op te rekken.
Door de spier te weinig te belasten.