Twa kɔ nsɛm atitiriw so
Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Laabri

Formatieve taaltoets MH1

star
star
star
star
star
Last updated over 6 years ago
30 Nsɛmmisa
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
1.

1. In welke zin staat een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord?

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
2.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin? De Nachtzoen is een mooi televisieprogramma.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
3.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin?

Gisteren was er een zorgzame man te gast die werkt als medewerker in de daklozenopvang.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
4.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin?

De coronacrisis zorgt voor problemen en moedeloze mensen.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
5.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin?

Helaas heeft zelfs de man geen positieve boodschap te vertellen.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
6.

Vul een passend voorzetsel in.

Mijn neefje denkt vaak dat er een monster […] zijn bed ligt.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
7.

Vul een passend voorzetsel in.

Was jij vroeger ook zo bang […] monsters?

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
8.

Welke woordsoort?

Mijn oom gaat morgen op reis naar Groningen.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
9.

Welke woordsoort?

Michele heeft voor haar verjaardag een groot paasei gekregen.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
10.

Welke woordsoort?

Gevangenissen zijn potentiele broedplaatsen voor Corona.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
11.

Kies het juiste verwijswoord.

Ik heb een nieuwe jurk gekocht. [Dat/Die] staat leuk in de zomer op het strand.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
12.

Kies het juiste verwijswoord.

In dit park komen maar weinig mensen momenteel. Ik heb [haar/ze] geteld. Het zijn er tien.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
13.

Vul een verwijswoord in dat past op de puntjes.

Wat heb jij een vieze kamer! […] moet nodig worden opgeruimd.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
14.

Vul een verwijswoord in dat past op de puntjes.

Het jongetje […] te laat kwam, kreeg geen straf van zijn juf.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
15.

Vul een verwijswoord in dat past op de puntjes.

Bart is een lieve jongen, […] helpt je vast wel even.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
16.

Liggen heeft te maken met:

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
17.

Noteer het werkwoord dat in de zin past. Kies uit: liggen, leggen, kennen en kunnen.

Wij […] onze telefoons voor de les altijd in onze kluis.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
18.

Noteer het werkwoord dat in de zin past. Kies uit: liggen, leggen, kennen en kunnen.

Die twee koeien […] samen in de wei te slapen.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
19.

Noteer het werkwoord dat in de zin past. Kies uit: liggen, leggen, kennen en kunnen.

[…] jullie de regels voor werkwoordspelling nog?

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
20.

Noteer het werkwoord dat in de zin past. Kies uit: liggen, leggen, kennen en kunnen.

Alle jongens in onze klas […] tien of meer keer hooghouden.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
21.

Een zwak werkwoord verandert in de verleden tijd van klank.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
22.

Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd. lachen

Haar broer en zus […] om haar 1-aprilgrap.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
23.

Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd. scoren

Willem […] het winnende doelpunt.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
24.

Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd. praten

Natascha […] de hele tijd over haar skeelertocht van vorige week.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
25.

Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd. verstoppen

Op eerste paasdag […] mijn ouders altijd chocolade-eitjes in de tuin.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
26.

Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd. reizen

Luc […] naar Italië om een vriend te bezoeken.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
27.

Noteer de werkwoorden in de juiste vorm in de verleden tijd.

melken

De geitenboer […] de kudde geiten.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
28.

Noteer de werkwoorden in de juiste vorm in de verleden tijd.

sluipen

Voorzichtig […] de twee leerlingen langs de conciërge.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
29.

Noteer de werkwoorden in de juiste vorm in de verleden tijd.

kijken

Sasha […] uit het raam om te zien waar die harde klap vandaan kwam.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
30.

Noteer de werkwoorden in de juiste vorm in de verleden tijd.

vinden

Na lang zoeken (vinden) de politie de gestolen tas in de bosjes.