Opdracht 2
Roald Dhal gebruikt in deze tekst enkele zelfbedachte woorden.
Zoek twee zelfbedachte woorden in de tekst en noteer deze hier.
Schrijf er ook de betekenis bij. Zorg ervoor dat de betekenis past bij wat er in de tekst gebeurt!
Opdracht 3
Welke gevoelens passen bij Joris?
Opdracht 4
Welke gevoelens passen bij grootmoe?
Opdracht 5
Wat zou er zich kunnen afspelen tussen deel 1 en deel 2 van de tekst?
Duid alle mogelijkheden aan.
Opdracht 6
Kan dit verhaal echt gebeuren?
Opdracht 7
Waarom kan het verhaal wel/niet echt gebeuren?
Opdracht 8
Vat tekstdeel 1 samen.