Deze les bevat alle lesstof uit paragraaf 3 en 4 van het boek, maar kunnen volledig zonder boek gemaakt worden. Mocht je iets niet meteen begrijpen, dan kun je natuurlijk de uitleg in het boek eens lezen.
Deel 1
In paragraaf 8.3 (les 2) spraken we over de verschillende soorten krachten. Hebben we gezien dat we krachten bij elkaar kunnen optellen. Als we dit gedaan hebben noemen we dit de nettokracht (Fnetto). En aan de hand van Fnetto kunnen we iets vertellen over de snelheid van een voorwerp.
Daarnaast keken we naar het vinden van het zwaartepunt. Om de zwaartekracht te berekenen.
Hieronder volgen vragen over paragraaf 3.
Question 1
1.
Question 2
2.
Question 3
3.
Question 4
4.
Question 5
5.
Voor de onderstaande vragen heb je telkens de afbeelding nodig die boven de vraag gegeven staat:
Question 6
6.
Question 7
7.
Question 8
8.
Neem het figuur hierboven over op een papiertje. En beantwoord de volgende 4 vragen:
Question 9
9.
Question 10
10.
Question 11
11.
Question 12
12.
Deel 2
In paragraaf 8.4 (les 4) spraken we over de hefboomwet.
Hieronder volgen vragen over paragraaf 4.
Question 13
13.
Question 14
14.
Question 15
15.
Question 16
16.
Gebruik het onderstaande figuur de laatste vraag uit te werken. Je ziet dat de hefboom in evenwicht is.
Question 17
17.
Hierbij zijn paragraaf 3 en 4 van hoofdstuk 8 krachten afgesloten.
We berekenen de zwaartekracht met behulp van de formule:
Fz = m * b
Fz = m * c
Fz = N * g
Fz = m * g
De zwaartekracht tekenen we vanuit:
het midden van een voorwerp
het zwaartepunt
de buitenkant van een voorwerp
Massa meten we in de eenheid kg, de zwaartekracht meten we in:
Fz
F
Z
N
kg
cm
De afkorting Fz staat voor:
normaalkracht
massa
zwaartekracht
gewicht(skracht)
In welk van de bovenstaande tekeningen is het zwaartepunt goed aangegeven:
A
B
C
D
De somkracht zal gaan werken richting het:
noorden
noord-oosten
oosten
zuid-oosten
zuiden
zuid-westen
westen
noord-westen
De netto kracht in de bovenstaande situatie is:
0 N
groter dan 0 N
Aan de hand van het plaatje verwacht ik dat de kist:
stil blijft staan
naar rechts gaat bewegen
naar links gaat bewegen
naar boven gaat bewegen
naar beneden zal zakken
De netto kracht zal gaan werken richting:
noord
noord-oost
oost
zuid-oost
zuid
zuid-west
west
noord-west
Als je weet dat de rode krachtpijl 3,5 cm lang is, dan weet je dat Fnetto ongeveer ..... N is.
0 N
500 N
1000 N
1500 N
2000 N
2500 N
3000 N
Dit betekend dat het kistje (wat vanuit stilstand is begonnen) gaat vertragen:
True
False
Dit betekend dat het kistje (wat vanuit stilstand is begonnen) een constante snelheid blijft houden:
True
False
De hefboomwet zegt ons dat:
kracht * arm (links) = kracht * arm (rechts)
kracht links * arm rechs = kracht rechts * arm links
kracht * arm = zwaartekracht
De volgende zin klopt:
Een katrol is een werktuig waarin de trekrichting van een touw wordt veranderd.
True
False
Met hoeveel kracht moet je aan aan de kant van de rode pijl trekken om het blok van zijn plaats te krijgen?
ongeveer 20 N
ongeveer 40 N
ongeveer 60 N
ongeveer 80 N
ongeveer 100 N
ongeveer 200 N
De volgende zin klopt:
Een hefboom is een mechanisme waarmee een kleine kracht in combinatie met een grote beweging wordt omgezet in een kleine beweging die een grote last verplaatst, waarvoor een grote kracht nodig is.
True
False
Wanneer we weten dat de kracht links = 5 N, de arm links = 1m en de kracht rechts = 2,5 N dan moet de arm rechts zijn: