nederlands havo 2
Deel 1
In paragraaf 8.3 (les 2) spraken we over de verschillende soorten krachten. Hebben we gezien dat we krachten bij elkaar kunnen optellen. Als we dit gedaan hebben noemen we dit de nettokracht (Fnetto). En aan de hand van Fnetto kunnen we iets vertellen over de snelheid van een voorwerp.
Daarnaast keken we naar het vinden van het zwaartepunt. Om de zwaartekracht te berekenen.
Hieronder volgen vragen over paragraaf 3.
We berekenen de zwaartekracht met behulp van de formule:
De zwaartekracht tekenen we vanuit:
Massa meten we in de eenheid kg, de zwaartekracht meten we in:
De afkorting Fz staat voor:
In welk van de bovenstaande tekeningen is het zwaartepunt goed aangegeven:
De somkracht zal gaan werken richting het:
De netto kracht in de bovenstaande situatie is:
Aan de hand van het plaatje verwacht ik dat de kist:
De netto kracht zal gaan werken richting:
Als je weet dat de rode krachtpijl 3,5 cm lang is, dan weet je dat Fnetto ongeveer ..... N is.
Dit betekend dat het kistje (wat vanuit stilstand is begonnen) gaat vertragen:
Dit betekend dat het kistje (wat vanuit stilstand is begonnen) een constante snelheid blijft houden:
De hefboomwet zegt ons dat:
De volgende zin klopt:
Een katrol is een werktuig waarin de trekrichting van een touw wordt veranderd.
Met hoeveel kracht moet je aan aan de kant van de rode pijl trekken om het blok van zijn plaats te krijgen?
De volgende zin klopt:
Een hefboom is een mechanisme waarmee een kleine kracht in combinatie met een grote beweging wordt omgezet in een kleine beweging die een grote last verplaatst, waarvoor een grote kracht nodig is.
Wanneer we weten dat de kracht links = 5 N, de arm links = 1m en de kracht rechts = 2,5 N dan moet de arm rechts zijn: