Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library

Formatieve kennistoets Minor PG-online

star
star
star
star
star
Last updated over 5 years ago
75 questions
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Question 1
1.

TEAMCOACHING
In de handout ‘waar wringt de schoen’ worden in het schema 5 communicatieniveaus genoemd. STELLING In het schema worden inhoud en interactie taakgerichtheid genoemd en procedure en bestaansniveau/gevoel worden procesgerichtheid genoemd.

Question 2
2.

TEAMCOACHING
In de handout ‘waar wringt de schoen’ worden in het schema 5 communicatieniveaus genoemd. STELLING In het schema worden inhoud en interactie taakgerichtheid genoemd en procedure en bestaansniveau/gevoel worden procesgerichtheid genoemd.

Question 3
3.

TEAMCOACHING
In het artikel op carrièretijger over ‘teamwerk verbeteren’ worden oorzaken genoemd voor problemen in een team.
STELLING Drie van de vijf oorzaken die genoemd worden zijn:
onduidelijk doelen - gebrek aan acceptatie van de opdracht - onzorgvuldige communicatie.

Question 4
4.

TEAMCOACHING
STELLING
Er ontstaan zeker problemen in een team als 1] de teamleden zich niet willen inzetten voor het doel óf 2] de andere leden van de groep niet aantrekkelijk vinden óf 3] dat ze voor deze taak het nut van samenwerken niet zien.

Question 5
5.

TEAMCOACHING
STELLING
Als bepaalde teamleden altijd het hoogste woord hebben en anderen zich stilhouden, dan is dit een voorbeeld van een onzorgvuldige communnicatie in het team.

Question 6
6.

TEAMCOACHING
Het artikel: ‘Samenwerken vanuit de Belbin Teamrollen’ beschrijft o.a. het volgende: ‘Het voordeel van een klus doen met een team is dat er meerdere mensen in zitten. Je hoeft dus niet alles zelf te kunnen. Elk teamlid brengt naast zijn eigen ervaring en deskundigheid ook zijn eigen Belbin Teamrollen in.  STELLING
Belbin onderscheid 9 teamrollen waarvan ‘de bedrijfsman’, ‘de plant’, ‘de groepswerker’ en ‘de voorzitter’ er vier zijn.

Question 7
7.

PRESENTEREN
‘Waarom maakt dit instituut 4 miljoen winst en verdwijnt er toch een kwalitatief hoogstaande afdeling?’
STELLING
Dit is volgens de theorie in de reader 'presenteren' een testvraag.

Question 8
8.

PRESENTEREN
STELLING
Tijdens en na een presentatie is het al voldoende om bij het leiden van de vragenronde antwoord te geven aan het hele publiek.

Question 9
9.

PRESENTEREN
STELLING
Door het inzetten van lichaamstaal zoals mimiek en gebaren versterkt een spreker zijn intonatie.

Question 10
10.

PRESENTEREN
STELLING
‘De ongewassen grijsaard strompelde de witte, strak gelakte praktijkruimte binnen’.’

Dit is een voorbeeld van een drieslag.

Question 11
11.

PRESENTEREN
STELLING
De ‘take-home-message’ heeft als doel om de presentatie kort samen te vatten voor het publiek.

Question 12
12.

PRESENTEREN
Een presentator gebruikt in zijn voorbereiding de vraag ‘What’s in it for you?’ om aan te sluiten bij de belangen van zijn publiek.
STELLING
De presentator gebruikt dit niet als hij alleen informatie geeft.

Question 13
13.

PRESENTEREN
‘Wat betekent dit voor jullie beroep over een paar jaar?’
STELLING
Dit is een vorm van een transitiezin.

Question 14
14.

PRESENTEREN
STELLING
Interactie met het publiek is zowel verbaal als non-verbaal.

Question 15
15.

PRESENTEREN
Welke functies hebben de verschillende hersengebieden?
STELLING
Dit is een voorbeeld van een kritische vraag.

Question 16
16.

PRESENTEREN
STELLING
Om presentatieangst te reduceren is het voor de presentator goed vooraf te weten hoe de presentatieruimte er uitziet en hoe deze is ingericht.

Question 17
17.

DILEMMA COUNSELEN
STELLING
Bij dilemma counselen is het doel van toekomstkijken om de rationele kant van de keuze te bekijken.

Question 18
18.

DILEMMA COUNSELEN
Een coach vraagt permissie aan de gecoachte om te mogen coachen op het dilemma.
STELLINNG
Hij demonstreert de permissievraag door de gecoachte het vier-kolommenmodel te laten invullen.

Question 19
19.

DILEMMA COUNSELEN
STELLING
Door het cijfers geven aan de genoemde kernwoorden bij dilemma counselen, kan de persoon met het dilemma doorzien welke kernwoorden een rol spelen.

Question 20
20.

DILEMMA COUNSELEN
STELLING
Doorvragen op de beleving van een keuze bij dilemma counselen, is van belang om te inventariseren welke kernwaarden een rol spelen bij het maken van een keuze.

Question 21
21.

DILEMMA COUNSELEN
STELLING
Bij dilemma counselen is het een richtlijn om niet vooringenomen te luisteren.

Question 22
22.

SLECHTNIEUWSGESPREK
STELLING
Een van de fouten die tijdens een slechtnieuwsgesprek gemaakt kunnen worden is het zogenaamde ‘pil vergulden’.

Question 23
23.

SLECHTNIEUWSGESPREK
‘Ik hoop dat je je realiseert dat het voor mij ook geen pretje is je dit te moeten mededelen.’
STELLING
De slechtnieuwsbrenger die dit zegt, maakt zich schuldig aan ‘contra-agressie’

Question 24
24.

SLECHTNIEUWSGESPREK
STELLING
Het stellen van suggestieve vragen is kenmerkend voor de ‘hang yourself methode’.

Question 25
25.

SLECHTNIEUWSGESPREK
Tijdens de derde fase van het slechtnieuwsgesprek worden mogelijke oplossingen besproken.
STELLING
De slechtnieuwsbrenger stimuleert de slechtnieuwsontvanger om in eerste instantie zelf met mogelijke oplossingen te komen.

Question 26
26.

CONFLICTHANTERING
STELLING
Bij 'vermijden' ligt de focus op een lage zorg voor de ander alsook voor jezelf

Question 27
27.

CONFLICTHANTERING
STELLING
Volgens het ijsbergmodel van McClelland hebben je overtuigingen en opvattingen directe invloed op je conflicthantering.

Question 28
28.

CONFLICTHANTERING
In de theorie van de escalatieladder van Glasl worden drie fases genoemd.
STELLING
Een HBO-student heeft een conflict met de examencommissie over een examen dat hij moet afleggen. De student heeft zich ziekgemeld. Het conflict bevindt zich nu in de emotionele fase en er is sprake van een Win-Lose.

Question 29
29.

CONFLICTHANTERING
STELLING
Bij 'toegeven' leg je de nadruk op de zorg voor de ander én niet de zorg voor jezelf

Question 30
30.

CONFLICTHANTERING
STELLING
Niels heeft de theorie van de 5 conflicthanteringsstijlen gelezen.
Hierbij komt hij tot de conclusie dat de conflicthanteringsstijl ‘compromis sluiten’ in principe de meest effectieve stijl is om in te zetten tijdens een conflict.

Question 31
31.

GEWELDLOZE COMMUNICATIE
Het model van ‘Geweldloze communicatie’ bestaat uit een aantal stappen. STELLING
Een 'verzoek doen' is de derde en laatste stap.

Question 32
32.

GEWELDLOZE COMMUNICATIE
STELLING
In de Geweldloze Communicatie is het niet de bedoeling om eisen te stellen.

Question 33
33.

GEWELDLOZE COMMUNICATE
Sofie heeft aan Carolien, (Sofie’s beste vriendin), oortjes uitgeleend en Carolien heeft beloofd de oortjes na een week terug te geven. Na twee weken heeft Carolien de oortjes nog steeds niet teruggegeven. Sofie zegt tegen Carolien dat zij boos is, omdat zij behoefte heeft aan vertrouwen. Sofie vraagt aan Carolien of zij kan uitleggen waarom Carolien de oortjes nog niet teruggegeven heeft. STELLING
Sofie communiceert in dit voorbeeld vanuit de situatie van de ander.

Question 34
34.

GEWELDLOZE COMMUNICATIE
Door het model van ‘Geweldloze Communicatie’ heen loopt een belangrijke voorwaarde. STELLING
Deze voorwaarde is: het goed kunnen toepassen van het vier-stappenmodel

Question 35
35.

GEWELDLOZE COMMUNICATIE
Iris heeft aan Stijn (een vriend van Iris) haar e-bike uitgeleend en Stijn heeft beloofd de e-bike de andere dag terug te geven. Na drie dagen heeft Stijn de e-bike nog steeds niet teruggegeven. Iris zegt tegen Stijn dat zij boos is, omdat zij gedacht had dat zij Stijn wel zou kunnen geloven op zijn woord en dat zij nu moet constateren dat Stijn onbetrouwbaar is. Iris zegt tegen Stijn, dat Stijn de e-bike vandaag nog moet teruggeven. STELLING
Iris communiceert in dit voorbeeld geweldloos.

Question 36
36.

ONDERHANDELEN
Het gedrag van een onderhandelaar valt te omschrijven met gebruikmaking van vier termen: inhoud, machtsbalans, klimaat en flexibiliteit.
STELLING Het ideale profiel van een onderhandelaar ziet er als volgt uit:
· inhoud: bikkelhard
· machtsbalans: bazig
· klimaat: vijandig
· flexibiliteit: star

Question 37
37.

ONDERHANDELEN
Bij onderhandelen kunnen verschillende tactieken worden ingezet.
STELLING
De tactieken ‘koppelverkoop’ en ‘salamitactiek’ zijn elkaars tegenhangers.

Question 38
38.

ONDERHANDELEN
Je gaat een onderhandeling in met een omvangrijk en zwaar eisenpakket. Je vreest dat je dit onmogelijk bij de opponent erdoor kunt krijgen.
STELLING
De tactiek die je nu het beste kunt inzetten is de ‘overrompelingstactiek’

Question 39
39.

ONDERHANDELEN
Het is belangrijk dat je bij een onderhandeling ‘wisselgeld op zak’ hebt.
STELLING
De tactiek die ervoor zorgt dat je wisselgeld op zak hebt, heet ‘majoreren’.

Question 40
40.

ONDERHANDELEN
In de voorbereidende fase gaan de onderhandelende partijen, A en B, hun onderhandelingsruimte bepalen.
STELLING
Als de onderhandelingsruimten van beide partijen elkaar overlappen, ligt deze overlapping tussen het weerstandspunt van partij A en het weerstandspunt van partij B.

Question 41
41.

OMGAAN MET KLACHTEN
Een kwaliteitsmanager zal doorgaans op een andere manier met klachten omgaan dan een marketeer.
STELLING
Een marketeer zal eerder genegen zijn een ongegronde klacht te honoreren dan een kwaliteitsmanager.

Question 42
42.

OMGAAN MET KLACHTEN
De mate waarin klanten bereid zijn hun klachten te uiten, wordt beïnvloed door verschillende factoren.
STELLING
De belangrijkste factor hierbij is het effect van de tekortgeschoten dienstverlening.

Question 43
43.

OMGAAN MET KLACHTEN
Bij het reageren op een klacht is het goed het woordje ‘klacht’ te gebruiken.

Question 44
44.

OMGAAN MET KLACHTEN
Een goed systeem van klachtenbehandeling kent veelal meerdere doelen.
STELLING
Het belangrijkste doel van een systeem van klachtenafhandeling moet zijn: ‘herstel en mogelijk verbetering van de klanttevredenheid’.

Question 45
45.

ZENDERVAARDIGHEDEN-ASSERTIVITEIT
‘Zeg Isabel, als jij nu even die printjes maakt, dan kunnen wij in de tussentijd goed doorwerken?’. ‘Nee, dat ga ik nu niet doen, want ik wil gewoon kunnen meedoen en wil niet dat jullie doorwerken terwijl ik er niet ben. We kunnen zo meteen voor de lunch samen de prints maken.’, zegt Isabel. STELLING
Isabel weigert op een correcte en assertieve manier om de opdracht uit te voeren.

Question 46
46.

ZENDERVAARDIGHEDEN-FEEDBACK
De volgende zin wordt door een nieuwe werkneemster Kirsten uitgesproken tegen haar begeleidster Jessica, die haar inwerkt: ‘Jessica, ik merk dat je mij veel kansen wilt geven om iets te leren en dat is fijn. Waar ik moeite mee heb is dat je steeds meer opdrachten aan mij geeft, waardoor ik al mijn taken niet meer binnen de tijd afkrijg. Ik heb tot nu al veel van je geleerd en daar ben ik blij mee. STELLING
Kirsten gebruikt de feedbackformule: ik + gedrag + effect

Question 47
47.

ZENDERVAARDIGHEDEN-ASSERTIVITEIT
Assertief reageren kan arrogant overkomen op de ander. ‘Wat meent die zich wel?’, denkt de leidinggevende over zijn medewerker. ‘Ik ben hier de baas en wat ik zeg moet gewoon gebeuren, anders kan hij zo vertrekken.’ STELLING
Deze laatste opmerking van de leidinggevende is een voorbeeld van sub-assertief gedrag. Gedrag dat domineert over de ander (het subject).

Question 48
48.

ZENDERVAARDIGHEDEN-KRITIEK
‘Luister eens even naar mij Zoë, je deed vorige week weer zo vervelend tegen mij. Niemand zou dat fijn vinden.’ STELLING
Met deze zin wordt op een correcte manier kritiek gegeven op het gedrag van Zoë.

Question 49
49.

ZENDERVAARDIGHEDEN-Persoonlijkheidstype
De zestien persoonlijkheidstypen uit de test worden verdeeeld in 4 groepen.
STELLING
de analysten - de diplomaten - de schildwachten - de verkenners

Question 50
50.

GROEPSGESPREKKEN
In het artikel ‘soorten vergaderingen’ worden de verschillende soorten vergaderingen gerelateerd aan de BOB methode: beeldvorming – oordeelsvorming – besluitvorming.
STELLING
De informatiebijeenkomst is een voorbeeld van beeldvorming.

Question 51
51.

GROEPSGESPREKKEN
In het artikel ‘omgaan met lastige mensen in een vergadering’ wordt aangegeven hoe je op lastige mensen kunt reageren.
STELLING
Als je de adviezen bij elk lastig vergadertype goed leest en begrijpt, dan komen zij allemaal neer op: - het afkeuren van dit gedrag – het waarschuwen van de lastige persoon - het nemen van maatregelen tegen dit ongewenste gedrag.

Question 52
52.

GROEPSGESPREKKEN
In het artikel ‘effectief omgaan met meningsverschillen’ wordt een onderscheid gemaakt tussen inhoud en relatie in de communicatie. Bedoeld wordt dat in de communicatie tussen mensen naast het inhoudsniveau altijd een relatieniveau speelt.
STELLING
Uit de interactie blijkt namelijk hoe deze mensen zich tot elkaar verhouden, los van de inhoud van hun meningsverschil.

Question 53
53.

GROEPSGESPREKKEN
In het ‘basisgespreksmodel’ wordt de opening – het middengedeelte – de afronding als gespreksstructuur aangereikt.
STELLING
In het middengedeelte worden voornamelijk regulerende vaardigheden verwacht van de gespreksleider. Gedacht moet dan worden aan (tussentijds) samenvatten en overgangen markeren.

Question 54
54.

GROEPSGESPREKKEN
STELLING
In het artikel ‘omgaan met lastige mensen in een vergadering’ worden vijf types genoemd: de zwijger – de negatieve – de lastpost – de betweter – de veelprater.

Question 55
55.

GROEPSGESPREKKEN
In het basis gespreksmodel wordt gesproken over ‘de opening’ van het gesprek. Er zijn zoals je weet een heel aantal criteria waaraan een goede opening moet voldoen. Tijdens de training is het onderscheid tussen een doelstelling en het resultaat besproken en uitgelegd.
STELLING
Een doelstelling stuurt meer aan op effectief vergadergedrag dan een resultaat.

Question 56
56.

GROEPSGESPREKKEN
In het artikel ‘Omgaan met lastige mensen’ wordt gesproken over het aanspreken op gedrag. Tijdens de trainingsbijeenkomst is een algemeen schema aan de orde gesteld dat je eigen innerlijke proces (dat soms in 1 of 2 seconden plaatsvindt) inzichtelijk maakt wanneer je een vergadering bijwoont waar iemand lastig gedrag vertoont. Daarbij worden drie gedragsvormen / gedragsneigingen genoemd (van Bion).
STELLING
Deze drie gedragsneigingen heten: ‘fight - flight – freeze’ ?

Question 57
57.

GROEPSGESPREKKEN
Bij het aanspreken op lastig gedrag kun je stellen dat dit een vorm van feedback geven is. Hiermee probeer je het gedrag van de lastige persoon positief te beïnvloeden.
STELLING
De grootste valkuil bij deze complexe vaardigheid is dat de lastige persoon zich niet laat beïnvloeden.

Question 58
58.

GROEPSGESPREKKEN
Tijdens de trainingsbijeenkomst is uitleg gegeven over de drie waarnemingsposities binnen de communicatie. Er werd gesproken over drie camera’s. Om het gespreksverloop te reguleren moet je vooral camera 3 aanzetten, want je moet je goed bewust zijn wat er, vanuit een helikopterview gezien, gebeurt in de vergadering.
STELLING
Camera 3 is onder andere gericht op het volgen van de agenda en het bewaken van de structuur in een vergadering.

Question 59
59.

GROEPSGESPREKKEN
Aan het einde van de opening van een vergadering maak je een soort ‘psychologisch contract’ met de deelnemers. Je vraagt om instemming met al hetgeen je in de opening hebt gezegd en voorgesteld.
STELLING
Door dit contract heeft de voorzitter het recht om in te grijpen als de deelnemers zich niet hieraan houden.

Question 60
60.

INTERVIEWEN
Interviews kunnen naar de vorm onderverdeeld worden in gestandaardiseerde interviews, half-gestandaardiseerde interviews en open interviews.
STELLING
Het half-gestandaardiseerd interview kan men zien als een aaneenschakeling van een aantal open interviews.

Question 61
61.

INTERVIEWEN
Het afsluiten van een gesprek is een belangrijke regulerende vaardigheid.
STELLING
Tijdens het afsluiten van een gesprek dien je onder andere terug te koppelen naar de begindoelen.

Question 62
62.

INTERVIEWEN
Een van de regulerende vaardigheden is: 'situatie verduidelijken'.
STELLING
Bij 'situatie verduidelijken' wordt parafraseren toegepast.

Question 63
63.

INTERVIEWEN
Een van de regulerende vaardigheden is 'hardop denken'.
STELLING
'Hardop denken' is een goede regulerende vaardigheid wanneer het gesprek stokt en er regelmatig stiltes vallen.

Question 64
64.

INTERVIEWEN
Als iemand in een interview iets vertelt, zit er vaak een tweedeling of een opsomming aan het begin.
STELLING
Een goede manier om hiermee om te gaan is de zogenaamde 'agendapuntenmethode'.

Question 65
65.

INTERVIEWEN
Vragen kunnen worden onderverdeeld in doorvragen en nieuwe vragen.
STELLING
'Topic-jumping' ontstaat door het stellen van doorvragen.

Question 66
66.

INTERVIEWEN
Bij het reflecteren van gevoelens is het belangrijk de intensiteit en de aard van het gevoel correct weer te geven.
STELLING
Indien de gesprekspartner op een reflectie reageert met de uitspraak: ‘Ik schaam me niet, maar ik ben boos’, duidt dat erop dat de aard van het gevoel niet correct is weergegeven.

Question 67
67.

INTERVIEWEN
Je voert een gesprek met iemand die voortdurend doorpraat en een nogal onsamenhangend verhaal vertelt.
STELLING
De luistervaardigheden die je in dit geval het beste kunt toepassen zijn: gesloten vragen stellen en parafraseren op stellende toon.

Question 68
68.

INTERVIEWEN
Vragen kunnen onderscheiden worden in open doorvragen, gesloten doorvragen, open nieuwe vragen en gesloten nieuwe vragen.
Lees de volgende dialoog:
Vraag 1: Wat vindt u het interessantste van uw onderzoekswerk?
Antwoord: De diepgang.
Vraag 2: Wat vindt u het interessantste buiten uw onderzoekswerk?
STELLING
Vraag 2 is een voorbeeld van een open doorvraag.

Question 69
69.

COACHEN
Met de 3Z-en wordt het coachen heel treffend samengevat
STELLING
De 3Z-en zijn: zelfreflectie – zelfverantwoordelijkheid - zelfsturing

Question 70
70.

COACHEN
Bij Multi-level-coaching vraagt de coach wat de coachee denkt, voelt en wilt.
STELLING
Deze techniek wordt ‘liften’ genoemd.

Question 71
71.

COACHEN
Er zijn meerder perspectieven die tezamen de basis vormen van 'krachtgericht coachen' STELLING
Deze perspectieven zijn:
- focus op kwaliteiten en kracht
- liften langs denken, voelen en willen
- aandacht voor interne belemmeringen

Question 72
72.

COACHEN
Fred Korthagen spreekt in het artikel 'krachtgericht coachen' over 3D-leren.
STELLING
Met 3D-leren wordt bedoeld: diepgaand, doorwerkt in gedrag, duurzaam

Question 73
73.

COACHING
Het proces waarin de coachee zich in het hier-en-nu gewaar wordt van zijn eigen potentieel en daar meer 'present' bij aanwezig is.
STELLING
Dit wordt door Scharmer 'presencing' genoemd

Question 74
74.

SLECHTNIEUWSGESPREK
De structuur van het sng kent drie fasen.
STELLING
In de tweede fase hanteer je metname het VOL-LEDIG principe.

Question 75
75.

OMGAAN MET KLACHTEN
STELLING
De klaagdrempel is de hoeveelheid moeite/tijd/inspanning die een consument moet doen om een klacht in te dienen