Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library

Formatieve toets H9 en H10 3GT

star
star
star
star
star
Last updated almost 6 years ago
19 questions
2
2
1
2
1
1
1
2
2
2
2
1
1
1
2
3
2
4
1
Beste leerlingen,
Dit is de formatieve toets over H9 en H10 van wiskunde
De toets bestaat uit verschillende soorten vragen: meerkeuze, open, show-your-work, enz.
Geef zo volledig en duidelijk mogelijk antwoord bij een open vraag.
Bij de show-your-work vragen moet je antwoord op papier geven, hier een foto van maken en deze foto uploaden in deze toets (mogelijk moet je de foto eerst mailen naar jezelf, zodat deze op je chromebook staat en dan kun je de uploaden in GoFormative).
Question 1
1.

Van ΔPQR is gegeven dat PQ = 5 cm, hoek P = 40° en hoek Q = 70°.
Welke bijzondere driehoek is ΔPQR ?

Question 2
2.

Van de hieronder beschreven driehoeken KLM kun je er maar één tekenen. Welke van de drie is dat? (tip: schets de driehoeken eventueel op kladpapier)
Vink het juiste antwoord aan.

Kijk naar driehoek ABC hieronder en beantwoord vraag 3 en 4
Question 3
3.

Welke eigenschap(pen) heeft de deellijn van hoek C?
(Er zijn één of meerdere antwoorden mogelijk)

Question 4
4.

Welke eigenschap(pen) heeft de middelloodlijn van zijde AC?
(Er zijn één of meerdere antwoorden mogelijk)

In de tekening hieronder is de lijn door de punten E en D evenwijdig aan de lijn door de punten A en B.
Kijk goed naar onderstaande tekening en beantwoord opgave 5 t/m 11.
Gebruik hierbij de regels voor het berekenen van hoeken.

Question 5
5.

Noem twee hoeken die even groot zijn, omdat ze samen een Z-figuur vormen.
(schrijf de hoeken met hoofdletters + cijfers op, dus bijvoorbeeld hoek F1 of hoek D34)

Question 6
6.

Noem ook twee hoeken die even groot zijn, omdat ze samen een F-figuur vormen.
(schrijf de hoeken met hoofdletters + cijfers op, dus bijvoorbeeld hoek F1)

Question 7
7.

Waarom zijn de hoeken 1 en 2 bij punt F even groot?

Question 8
8.

In driehoek DEF is ED = EF en hoek D1 = 80°. Bereken de grootte van hoek F1. Schrijf je berekening op.

Question 9
9.

In driehoek DEF is ED = EF en hoek D1 = 80°. Bereken de grootte van hoek E1. Schrijf je berekening op.

Question 10
10.

In vierhoek ABCF is AC de deellijn van hoek A. Driehoek ABC is een rechthoekige driehoek. Bereken de grootte van hoek C2. Schrijf je berekening op.

Question 11
11.

In vierhoek ABCF is AC de deellijn van hoek A. Driehoek ABC is een rechthoekige driehoek. Bereken de grootte van hoek C1. Schrijf je berekening op.

Lees onderstaande situaties en beantwoord vraag 12, 13 en 14
Question 12
12.

Bij welke van de drie situaties is de grafiek een puntengrafiek? Leg je antwoord uit.

Question 13
13.

Bij welke van de drie situaties hoort een grafiek met horizontale lijntjes? Leg je antwoord uit.

Question 14
14.

Hoe ziet de grafiek van de overgebleven situatie er uit? Leg je antwoord uit.

Jens en Astrid verkopen cupcakes voor een goed doel. Bij de verdiensten van Jens hoort de formule
opbrengst = 1,25a – 10. Hierbij is a het aantal verkochte cupcakes.

Astrid verkoopt haar cupcakes voor € 1,50 per stuk, haar kosten zijn € 15,-.

Question 15
15.

Schrijf de formule op die hoort bij de opbrengst van Astrid.

Question 16
16.

Maak een somtabel bij de opbrengsten van Jens en Astrid. Kies op de bovenste rij de getallen 0, 5, 10, 15 en 20.
Maak een foto van jouw somtabel en plaats deze hier.

Klik hiervoor op 'Edit background en dan op het plaatje onder de cirkel.
De foto moet je eerst op je chromebook zetten door deze naar jezelf te mailen. Vervolgens kun je door te klikken op my computer de foto kiezen.
Als dit niet lukt, kun je de tabel met het tekenprogramma maken door op 'Edit backgrount' te klikken.

Question 17
17.

Schrijf de somformule op van de opbrengst van Astrid en Jens samen.

Question 18
18.

Teken de grafieken van Jens, Astrid en de somgrafiek in één assenstelsel. Maak hier weer een foto van en plaats deze hier net als bij vraag 16.

Question 19
19.

Vanaf welk aantal cupcakes is de opbrengst van Astrid hoger dan de opbrengst van Jens?