Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library
Formatieve toets Lezen H5 2M
By Ilse Baardman
star
star
star
star
star
Share
share
Last updated almost 6 years ago
8 questions
Add this activity
1
2
3
4
5
6
7
8
zoom_in
3
2
2
2
2
2
2
2
Question 1
1.
Op welke drie zaken moet je letten als je kritisch leest en moet beoordelen of de informatie in een tekst betrouwbaar is?
Question 2
2.
Welke zin uit alinea 1 geeft duidelijk aan over welk probleem deze tekst gaat?
A Het kan je zomaar overkomen.
B Je denkt een bekend merk te pakken uit het schap van de supermarkt – een pot pindakaas van Calvé of een fles Coca-Cola – en je komt er thuis achter dat je boodschappentas gevuld is met huismerken: pindakaas van Albert Heijn en een fles First Choice van de Superunie.
C Hoe dat kan
D Er is steeds minder verschil tussen de verpakkingen van de zogenaamde A-merken en de huismerken.
E Dit komt doordat producenten van huismerken de A-merken kopiëren.
Question 3
3.
Wat is waarschijnlijk de directe aanleiding geweest voor de schrijver om over dit onderwerp te berichten?
Question 4
4.
Wat is een huismerk?
A eigen merk van een groot winkelbedrijf
B eigen merk van een niet zo grote fabriek
C merk van een mindere kwaliteit dan een A-merk
D pindakaas gemaakt door Albert Heijn
Question 5
5.
Welk tussenkopje past het best boven alinea 2 en 3 samen?
A A-merken
B Huismerken
C Producten kopiëren
D Rol van merken
Question 6
6.
In welke alinea’s staat vooral géén feitelijke, dus géén onpartijdige, informatie?
A alinea 1 en 6
B alinea 2, 3 en 4
C alinea 3, 4 en 5
D alinea 5 en 6
Question 7
7.
Wat is het doel van de tekst?
A Lezers feiten geven over huismerken.
B Lezers informeren over het kopieergedrag van huismerken.
C Lezers overtuigen van de rechtszaak van Coca-Cola.
D Lezers vertellen hoe je je huismerk kunt verwarren met een A-merk.
Question 8
8.
Welke zin past het best bij de mening van de schrijver over het onderwerp van de tekst?
A De schrijver begrijpt heel goed dat Coca-Cola supermarktketen Superunie voor de rechter heeft gedaagd.
B De schrijver begrijpt heel goed dat fabrikanten van A-merken de aanval kiezen tegen kopieergedrag.
C De schrijver begrijpt heel goed dat producenten van A-merken balen van goedkopere huismerken.
D De schrijver begrijpt heel goed dat steeds meer mensen goedkopere huismerken kopen.