Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library

2KGT hoofdstuk 6 snelheid

star
star
star
star
star
Last updated about 5 years ago
24 questions
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Question 1
1.

Question 2
2.

Question 3
3.

Question 4
4.

Question 5
5.

Question 6
6.

Question 7
7.

Question 8
8.

Question 9
9.

Question 10
10.

Question 11
11.

Question 12
12.

Question 13
13.

Question 14
14.

In figuur 6 zie je een afstand-tijddiagram van een schaatstocht.
Wat is de totale afstand die de schaatser heeft afgelegd?

Question 15
15.

In figuur 6 zie je een afstand-tijddiagram van een schaatstocht.
Hoelang heeft de schaatser daarover gedaan?

Question 16
16.

In figuur 6 zie je een afstand-tijddiagram van een schaatstocht.
Wat was de gemiddelde snelheid van de schaatser? Schrijf de hele berekening op. Vergeet de eenheden niet.

Question 17
17.

Een schaatser rijdt de 1000 meter in 1 minuut en 8 seconden.
Hoeveel seconden is dat?

Question 18
18.

Een andere schaatser rijdt de 1000 meter in 73 seconden.
Bereken de snelheid in m/s. Schrijf de hele berekening op. Rond af op één decimaal.

Question 19
19.

Een derde schaatser rijdt met een snelheid van 12,8 m/s.
Reken deze snelheid om naar km/h. Schrijf de hele berekening op. Rond af op één decimaal.

Question 20
20.

Question 21
21.

Question 22
22.

Question 23
23.

Question 24
24.

Langs een snelweg staat een waarschuwingsbord met de tekst ‘Houd 2 seconden afstand!’. Laat met een berekening zien hoeveel meter afstand een bestuurder dan moet houden bij een snelheid van 120 km/h. Schrijf de hele berekening op.

Om een beweging te fotograferen kun je een stroboscooplamp gebruiken. Wat is een stroboscooplamp?
Een lamp die aan het begin en het eind van de beweging een flits geeft
Een lamp die afwisselend een felle en een zwakke lichtflits geeft
Een lamp die op het moment dat een foto wordt gemaakt een flits geeft
Een lamp die met regelmatige tussenpozen een flits geeft
In figuur 1 zie je een foto waarop een beweging is vastgelegd door meerdere keren te flitsen. Tussen iedere flits zit 0,02 s. Hoeveel tijd zit er tussen het eerste en het laatste beeldje?
0,02 s
0,08
0,1
0,12
Een videocamera maakt 30 beeldjes per seconde. Hoeveel beeldjes zijn er nodig om een beweging van 2 s vast te leggen?
2
30
60
90
In figuur 2 zie je een afstand-tijddiagram met een fout erin.
Wat is er fout aan het diagram?
De eenheden voor afstand en tijd kloppen niet.
De horizontale as en de verticale as zijn verwisseld.
De schaalverdeling langs de afstand-as klopt niet.
De schaalverdeling langs de tijd-as klopt niet.
Carlo heeft van een fietstocht een afstand-tijdtabel gemaakt. Hij wil er een afstand-tijddiagram van maken. Wat moet hij als eerste doen?
De gegevens uit de tabel als punten in het rooster tekenen
De meetpunten met rechte lijnen in het rooster tekenen
Een assenstelsel tekenen
Een schaalverdeling langs de assen maken
Een wandeling van een halve kilometer heeft 15 minuten geduurd. Wat was de gemiddelde snelheid?
2 km/h
3,75 km/h
7,5 km/h
15 km/h
Een topsporter loopt 200 m in 20 s. Wat is zijn gemiddelde snelheid in km/h?
2,8 km/h
10 km/h
28 km/h
36 km/h
Een motorrijder rijdt 20 minuten met een gemiddelde snelheid van 90 km/h. Hoeveel kilometer legt hij in die tijd af?
4,5 km
20 km
30 km
90 km
In figuur 3 zie je een stroboscopische foto van een fietser. Wat voor beweging is dit?
Een eenparige beweging
Een versnelde beweging
Een vertraagde beweging
In figuur 4 zie je een afstand-tijddiagram. Wat voor beweging is dit?

een eenparige beweging
een versnelde beweging
een vertraagde beweging
Een auto staat stil voor een rood verkeerslicht. Als het verkeerslicht op groen springt, trekt de auto op en rijdt na 6 s met een constante snelheid van 50 km/h. Wat voor beweging maakt de auto in de eerste 6 s van de beweging?
een eenparige beweging
een versnelde beweging
een vertraagde beweging
In figuur 5 zie je een stroboscopische foto van een vallende bal. De tijd tussen de lichtflitsen is 0,04 s.
Hoeveel keer heeft de stroboscooplamp geflitst?

9
10
11
12
In figuur 5 zie je een stroboscopische foto van een vallende bal. De tijd tussen de lichtflitsen is 0,04 s.
Hoe lang zit er tussen de eerste en de laatste foto?

0,04 s
0,4 s
0,44 s
0,8 s
Jan woont 1,75 km van school. Hij fietst in zes minuten van huis naar school. Wat is de gemiddelde snelheid van Jan in km/h?
0,175 km/h
0,29 km/h
10,5 km/h
17,5 km/h
In figuur 8 zie je het afstand-tijddiagram van een fietstocht. Hoe zie je dat de fiets optrekt?

de grafiek loopt horizontaal
de grafiek loopt verticaal
de grafiek loopt steeds steiler
de grafiek loopt steeds vlakker
In figuur 8 zie je het afstand-tijddiagram van een fietstocht. Hoe zie je dat de fiets afremt?

de grafiek loopt horizontaal
de grafiek loopt verticaal
de grafiek loopt steeds steiler
de grafiek loopt steeds vlakker
In figuur 8 zie je het afstand-tijddiagram van een fietstocht. Hoe zie je dat de fiets stil staat?

de grafiek loopt horizontaal
de grafiek loopt verticaal
de grafiek loopt steeds steiler
de grafiek loopt steeds vlakker