Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library

Instaptoets Leesvaardigheid Duldzaamheid uit dankbaarheid

star
star
star
star
star
Last updated over 5 years ago
18 questions
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Question 1
1.

Met welk doel heeft de schrijver deze tekst geschreven?

Question 2
2.

De tekst is

Question 3
3.

De hoofdgedachte van de tekst is

Question 4
4.

Welk functiewoord is van toepassing op alinea 11

Question 5
5.

Welk functiewoord is van toepassing op alinea 12 t/m 15

Question 6
6.

Welk functiewoord is van toepassing op alinea 16

Question 7
7.

Vraag bij alinea 3. Volgens de schrijver is er pas sprake van tolerantie als deugd 'als het getolereerde een duidelijk morele afkeuring krijgt'. Welke functie heeft het geciteerde zinsgedeelte in de redenering van de schrijver? Kies uit de volgende functiewoorden

Question 8
8.

Bij alinea 3 en 4. Stel, je accepteert een wet die euthanasie onder bepaalde omstandigheden toestaat, terwijl je er zelf principieel tegen bent. Is dit een goed voorbeeld van tolerantie als deugd, zoals bedoeld in de tekst?

Question 9
9.

Bij alinea 3. Welk soort argument gebruikt de schrijver in het tekstgedeelte 'het handelingsaspect ... tegen te houden'?

Question 10
10.

Bij alinea 3. Welk soort argument gebruikt de schrijver in het tekstgedeelt 'Stel, ik ... afkeuring krijgt.'?

Question 11
11.

Bij alinea 3 en 4. Welk soort argument gebruikt iemand die abortus afkeurt, volgens de schrijver?

Question 12
12.

Bij alinea 1. Er worden vier typen redeneringen onderscheiden. Welk type redenering gebruikt de schrijver in alinea 1?

Question 13
13.

Bij alinea 5. Er worden verschillende soorten drogredenen onderscheiden. 'Er zijn zaken die absoluut niet te tolereren zijn, waarbij dus ook niet 'niet' opgetreden dient te worden.' Dit citaat in alinea 5 is, los van de rest van de tekst beschouwd, een drogreden. Van welke drogreden is hier sprake?

Question 14
14.

Welke type argument wordt in de volgende zin gebruikt: Er moet meer blauw op straat, anders is de openbare orde niet meer te handhaven.

Question 15
15.

Welke type argument wordt in de volgende zin gebruikt: Op ontwikkelingssamenwerking moet je niet bezuinigen, want de projecten in Afrika en Zuid-Amerika zijn zeer succesvol.

Question 16
16.

Welke type argument wordt in de volgende zin gebruikt: Je kunt beter eerst de theorie bestuderen, dan kun je de vragen waarschijnlijk wel maken.

Question 17
17.

Welke type argument wordt in de volgende zin gebruikt: De aanscherping van het Nederlandse asielbeleid is succesvol. Het aantal asielaanvragen in 2001 is gehalveerd vergeleken met het voorgaande jaar.

Question 18
18.

Denk je dat je reparatietijd nodig hebt voor het examenonderdeel 'Leesvaardigheid'?