Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library
SO 1 thema 4 Sporten hfst 1 en 2 kader + opstroom
By Liane van Joolen
star
star
star
star
star
Share
share
Last updated over 5 years ago
20 questions
Add this activity
1
1
1
1
1
1
1
2
4
2
3
1
1
1
1
14
1
1
1
1
Question 1
1.
Het borstbeen behoort bij de wervelkolom.
True
False
Question 2
2.
Je skelet zorgt samen met je spieren voor beweging.
True
False
Question 3
3.
Tussen de botten van een schedel zit kraakbeen.
True
False
Question 4
4.
Bij een goede lichaamshouding heeft je wervelkolom een S-vorm.
True
False
Question 5
5.
Getrainde spieren lopen sneller blessures op.
True
False
Question 6
6.
Welke botten horen bij de schedel?
alleen de schedelbeenderen
alleen de bovenkaak en de onderkaak
de schedelbeenderen, de bovenkaak en de onderkaak
Question 7
7.
Bij wie zijn beenderen het meest buigzaam?
bij baby's
bij kinderen
bij bejaarden
Question 8
8.
Geef de betekenis van het woord individueel.
Question 9
9.
Noem de 4 functies van het skelet:
Question 10
10.
Noem twee tere organen in je borstkas
Question 11
11.
Uit welke vijf onderdelen bestaat onze wervelkolom?
Question 12
12.
Een ander woord voor handen en voeten is ledematen.
True
False
Question 13
13.
Een anderwoord voor ruggengraat is wervelkolom
True
False
Question 14
14.
Mensen hebben een inwendig skelet en zijn hiermee ongewervelden.
True
False
Question 15
15.
Noem 2 karakter eigenschappen en 2 lichamelijke eigenschappen.
Question 16
16.
Schrijf de nummers 1 tot en met 27 op. Benoem alle onderdelen van ons skelet.
Denk goed aan de trucjes die je hebt geleerd tijdens de les.
Question 17
17.
Bot en kraakbeen zijn verschillend opgebouwd. Wat is het verschil?
Question 18
18.
Noteer twee plaatsen in je lichaam waar veel kraakbeen voorkomt
Question 19
19.
Noteer twee tips voor een goede zithouding.
Question 20
20.
Het skelet geeft vorm aan je lichaam. Geef twee voorbeelden waar dit uit blijkt