Welke weg wordt er doorlopen als je iets waarneemt in je omgeving? Maak gebruik van de volgende woorden: Zintuig, hersenen, ruggenmerg, wervelkolom, zenuw en reactie(impuls).
Question 1
1.
Met de smaakknopjes in je tong neem je een prikkel waar.
Question 2
2.
De oogspieren draaien het oog in de goede richting.
Question 3
3.
Adrenaline wordt aangemaakt in de bijnieren.
Question 4
4.
De pupil is een opening in de iris.
Question 5
5.
Het zenuwstelsel bestaat alleen uit de hersenen en zenuwen.
Question 6
6.
Oorsmeer houdt het trommelvlies soepel.
Question 7
7.
De hypofyse maakt het groeihormoon aan.
Question 8
8.
Geur is de prikkel voor de zintuigcellen in de neus.
Question 9
9.
Zintuigen reageren als eerste op het waarnemen.
Question 10
10.
In het neusslijmvlies liggen zintuigcellen.
Question 11
11.
De oogkas is een onderdeel van je schedel.
Question 12
12.
Door de zintuigcellen ontstaan er impulsen.
Question 13
13.
Met een gehoorapparaat kun je beter horen.
Question 14
14.
Je pakt een koude, natte doek. Wanneer ben je jezelf ervan bewust dat de doek koud is?
Question 15
15.
Geluid gaat langs verschillende delen van het oor. Wat is de juiste volgorde van deze delen, van buiten het oor naar binnen.
Question 16
16.
Welk gedeelte van het oog beschermt de iris en de pupil?
Question 17
17.
Waar bevinden zich de smaakknopjes?
Question 18
18.
Waar ontstaan impulsen in de neus?
Question 19
19.
Met wie werkt je tong vooral samen als het gaat om het proeven van eten?
Question 20
20.
Welke zin is waar?
Question 21
21.
Zet de juiste benamingen bij het juiste nummer. Je kunt kiezen uit: