Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library

BBL 2 Spelling H 3/4

star
star
star
star
star
Last updated about 5 years ago
31 questions
Note from the author:
NN BBL 2 SO spelling H3/4
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Question 1
1.

Voor het verbindingswoord ‘en’ gebruik je een / geen komma

Question 2
2.

Welke woorden schrijf je met een hoofdletter? Klik die woorden aan.
amerikaanse – appelsientje – boek – coltrui – nutella – fransman – fanta – haarlem – herfst – hoogtezon

Question 3
3.

Welke woorden schrijf je met een hoofdletter? Klik die woorden aan.
koptelefoon – maandag – noordwesten – november – samantha – spanje – stad – tafelkleed

Question 4
4.

Zet in deze zin één komma.
Omdat het de hele dag regende ging Denise maar vijf minuten met de hond wandelen.

Question 5
5.

Zet in deze zin één komma.
Tjonge Sonja dat valt me tegen van jou!

Question 6
6.

Zet in deze zin één komma.
De C1000 heeft mandarijnen in de aanbieding omdat het bijna Sint Maarten is.

Question 7
7.

Zet in deze zin één komma.
Als alle leerlingen hun huiswerk maken trakteer ik op lolly’s.

Question 8
8.

Zet in deze zin één komma.
Cecilia zou meer vriendinnen hebben als ze niet zo zou roddelen.

Question 9
9.

Typ de zinnen over. Zet hoofdletters en leestekens waar dat nodig is.
waarom gaat meneer tillema op vakantie naar terschelling en niet naar texel

Question 10
10.

Typ de zinnen over. Zet hoofdletters en leestekens waar dat nodig is.
’t gaat niet helemaal goed met nicky rozema want ze haalt alleen maar slechte cijfers

Question 11
11.

Typ deze zin over. Zet hoofdletters en leestekens waar dat nodig is.
begin september lag er een depressie boven noord-italië

Question 12
12.

Typ deze zin over. Zet hoofdletters en leestekens waar dat nodig is.
maurits leg onmiddellijk die fles pepsi in je kluisje

Question 13
13.

Typ deze zin over. Zet hoofdletters en leestekens waar dat nodig is.
dit jaar blijven we met kerstmis thuis omdat we in het voorjaar gaan skiën

Question 14
14.

Welk deel moet op de puntjes? KLik aan.

-heid, -teit of -lijk

Heel veel mensen genieten van de gezellig… van Kerstmis.

Question 15
15.

Welk deel moet op de puntjes? KLik aan.
-heid, -teit of -lijk

Een brief aan de koningin begin je met Geachte majes….

Question 16
16.

Welk deel moet op de puntjes? KLik aan.
-heid, -teit of -lijk

Je kunt tijdens een ruzie boos weglopen, maar een andere mogelijk… is praten.

Question 17
17.

Welk deel moet op de puntjes? KLik aan.
-heid, -teit of -lijk

Waarschijnlijk willen de ouders van Yussuf weer lande… wonen.

Question 18
18.

Welk deel moet op de puntjes? KLik aan.
-heid, -teit of -lijk

Volgens mijn moeder zit mijn broertje ook bijna in de puber….

Question 19
19.

Welk deel moet op de puntjes? KLik aan.
-heid, -teit of -lijk

In Nederland wordt maar vier procent van de elektrici… opgewekt door windmolens.

Question 20
20.

Welk deel moet op de puntjes? KLik aan.
-heid, -teit of -lijk

Scheidsrechters vinden het verschrikke… als supporters staan te vloeken.

Question 21
21.

Welk deel moet op de puntjes? KLik aan.
-heid, -teit of -lijk

Deze hete vloeistof moet je met de grootste voorzichtig… in het glas schenken?

Question 22
22.

Welk deel moet op de puntjes? KLik aan.
-heid, -teit of -lijk

De patiënt werd lichame… een beetje zwakker.

Question 23
23.

Welk deel moet op de puntjes? KLik aan.
- s - sch

Kevin gaf Peter het advie… om het tropi… museum te bezoeken.

Question 24
24.

Welk deel moet op de puntjes? KLik aan.
- s - sch

De inzamelingsactie… vorig jaar werd precie… 30 miljoen opgehaald.

Question 25
25.

Welk deel moet op de puntjes? KLik aan.
- s - sch

Als je logi… nadenkt, zul je de verschillende combinatie… vanzelf ontdekken.

Question 26
26.

Verander de onderstreepte woorden in een woord met –isch(e).

In een encyclopedie staan de woorden in alfabet...... volgorde.

Question 27
27.

Verander de onderstreepte woorden in een woord met –isch(e).

Het centrum van Volendam is wel heel erg toerist.................

Question 28
28.

Verander de onderstreepte woorden in een woord met –isch(e).

Voor de verjaardag van mijn oma kocht ik België.............. bonbons.

Question 29
29.

Verander de onderstreepte woorden in een woord met –isch(e).

Zullen we telefoon................ contact houden of mail je liever?

Question 30
30.

Schrijf in een paar zinnen op wat je hebt geleerd en geoefend voor dit SO. Hoeveel tijd heb je besteedt aan het leren en oefenen?

Question 31
31.

Denk je dat je het goed hebt gedaan? En zo niet, wat had je dan kunnen doen om het de volgende keer wel goed te doen?