Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library

Proefwerk thema 7 basis

star
star
star
star
star
Last updated about 5 years ago
36 questions
3
3
2
2
1
2
1
2
2
1
2
2
2
2
3
3
3
3
3
Question 18
18.

Question 19
19.

3
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
4
Question 31
31.

Bij welke soort bloemen heeft Lisette het meeste last van hooikoorts? Geef daarvoor twee redenen.

4
3
3
3
4
Question 36
36.

Welk kenmerk van de kokosnoot zorgt ervoor dat zaden van een palmboom goed verspreid worden? Leg je antwoord uit.

Question 1
1.

Question 2
2.

Question 3
3.

Question 4
4.

Question 5
5.

Question 6
6.

Question 7
7.

Question 8
8.

Question 9
9.

Question 10
10.

Question 11
11.

Question 12
12.

Question 13
13.

Question 14
14.

Question 15
15.

Question 16
16.

Question 17
17.

Kijk naar afbeelding 3. Er gaat stuifmeel van de ene bloem naar de andere bloem.
18 Bij welke pijl vindt bestuiving plaats?
A
B
C
De bloem van een appelboom is bevrucht. Wat gebeurt er na de bevruchting?
A
B
C
Question 20
20.

Je ziet een afbeelding van een stamper. Hoe heten de onderdelen 1, 2 en 3?

Question 21
21.

Question 22
22.

Question 23
23.

Question 24
24.

Question 25
25.

Question 26
26.

Question 27
27.

Hieronder staan twee zinnen. Er ontbreken woorden. Vul de juiste woorden in. Kies uit: stijl – stuifmeelbuis (2x) – stuifmeelkorrel.

Question 28
28.

Hieronder staan twee zinnen. Er ontbreken woorden. Vul de juiste woorden in. Kies uit: stijl – stuifmeelbuis (2x) – stuifmeelkorrel.

Question 29
29.

Hieronder staan twee zinnen. Er ontbreken woorden. Vul de juiste woorden in. Kies uit: stijl – stuifmeelbuis (2x) – stuifmeelkorrel.

Question 30
30.

Hieronder staan twee zinnen. Er ontbreken woorden. Vul de juiste woorden in. Kies uit: stijl – stuifmeelbuis (2x) – stuifmeelkorrel.

Question 32
32.

Leg uit waarom. Gebruik in je antwoord het woord hooikoorts.

Question 33
33.

Question 34
34.

Question 35
35.

Pitten en bonen zijn zaden.
True
False
De stuifmeelbuis maakt stuifmeel.
True
False
Na de bevruchting wordt het vruchtbeginsel kleiner.
True
False
De kroonbladeren van windbloemen zijn meestal groen.
True
False
De stempel is een deel van de stamper.
True
False
Kroonbladeren beschermen de bloem in de knop tegen uitdroging en kou.
True
False
Uit een bevruchte eicel ontstaat een kiem.
True
False
De functie van bloemen is voortplanten.
True
False
Tomaten zijn vruchten.
True
False
Het witte gedeelte van de witte dovenetel heet de bloemkroon.
True
False
Nummer 3 is een mannelijk voortplantingsorgaan. voorbeeld.
True
False
Bij nummer 2 vindt bestuiving plaats.
True
False
Wat zijn voorbeelden van eetbare zaden? Er zijn twee antwoorden goed.
A
B
C
D
E
Wat zit er in de stuifmeelbuis?
A
B
C
D
Wat ontstaat er uit een zaadbeginsel?
A
B
C
Kijk naar afbeelding 2. Je ziet een doorsnede van een appel.
Uit welk deel van de bloem is onderdeel O ontstaan?
A
B
C
D
In zaden zit reservevoedsel. Waarvoor is dit reservevoedsel bedoeld?
A
B
C
Kun je hiervan de vrucht of het zaad, of beide eten.
vrucht
zaad
beide
Kun je hiervan de vrucht of het zaad, of beide eten.
vrucht
zaad
beide
Kun je hiervan de vrucht of het zaad, of beide eten.
vrucht
zaad
beide
Kun je hiervan de vrucht of het zaad, of beide eten.
vrucht
zaad
beide
Kun je hiervan de vrucht of het zaad, of beide eten.
vrucht
zaad
beide
Kun je hiervan de vrucht of het zaad, of beide eten.
vrucht
zaad
beide
Hoe wordt het zaad van een kers verspreid?
A
B
C
Welk nut heeft dit voor een hazelaar?
A
B
C
D
Hoe wordt het zaad van de esdoorn verspreid?
A
B
C