Je zit nu in de brugklas van het Candea College. Alles is nog nieuw voor je. Je kent sommige klasgenoten misschien van de basisschool, of van de sportclub. Maar de meeste klasgenoten moet je nog leren kennen.
De docenten ken je waarschijnlijk ook nog niet. Zij weten ook niet wie jij bent. Docenten zullen vaak naar je naam vragen.
Je eerste reactie op die vraag zal waarschijnlijk het vertellen van je naam zijn. “Ik ben Angelique” of “ik ben Lars”, of “ik ben Noa”. Je naam is waarschijnlijk belangrijk voor je. Je kijkt op als je naam wordt geroepen. Je herkent het ook vast wel hoe vervelend het kan zijn als je naam verkeerd wordt uitgesproken, of er rare grapjes over je naam worden gemaakt. Je naam is een stukje van jou, van wie je bent.
Hoe kom je eigenlijk aan je naam? Hij is je natuurlijk gegeven door je ouders. Maar hoe zijn ze op jouw naam gekomen.
Wat is jouw voornaam? Schrijf je naam op.
Vraag aan je ouders hoe ze aan jouw voornaam zijn gekomen.
Wat is de betekenis van je voornaam?
Zoek de betekenis van je naam op. Typ de betekenis van je naam in.
Klik op de link: https://www.meertens.knaw.nl/nvb/
Wat is je achternaam?
Probeer eens te achterhalen of te beredeneren wat jouw achternaam zou kunnen betekenen of waar deze vandaan zou kunnen komen. Dit kan je niet direct via internet vinden, maar moet je doen op basis van je logica.
Klik op de link. https://www.cbgfamilienamen.nl/nfb/
Zoek op waar jou achternaam het meest voorkomt.
Waar komt jou achternaam het meest voor?
Je naam heb je gekregen van je ouders. Als je zelf een naam had mogen kiezen, had je dan dezelfde naam gekozen of toch liever een andere? Als je een andere naam zou willen, welke is dat?
De meeste namen mag je vaak zelf kiezen. Heel soms wordt een naam verboden door de overheid. Zijn er namen waarvan jij vindt dat je ze niet zou mogen geven aan een kind? Welke namen zijn dat en leg goed uit waarom.
Feiten staan vast. Ze zijn voor iedereen hetzelfde.
Bijvoorbeeld: Amsterdam is de hoofdstad van Nederland.
Je kan hier geen andere mening over hebben. Feiten kun je meten en controleren.
Meningen zijn persoonlijk. Ze zijn niet voor iedereen hetzelfde. Dus kun je het over meningen met elkaar oneens zijn. Wat de ene leuk vindt, kan voior een ander stom zijn.
Bijvoorbeeld: Lisa vindt Engels een leuk vak. Niels vindt Wiskunde moeilijk.
Vrienden zijn voor mij heel belangrijk
Rekenen vond ik op de basisschool een leuk vak.
Ik woon in Nederland
Morgen moet ik naar de tandarts
Ik vind pizza lekker
Wanneer was je eerste schooldag op Candea College?
Wat is de optrek van de aarde?
Wat is volgens jou belangrijk om gelukkig te zijn?
Vind jij dat met geld alles te koop is?