Lijnen en hoeken
Bij elke wiskundetoets op papier moeten altijd eindantwoorden correct geformuleerd worden.
Bij deze digitale toets mag jij je beperken tot alléén het kale eindantwoord.
dus: 8 in plaats van 8 graden, b i.p.v. figuur b, 34 i.p.v. 34%, 25 i.p.v €25, DEF i.p.v. ∆DEF, enz..
[Korte antwoorden] bestaan uit 1 getal of maximaal 2 woorden.
Notatie: Hoekpunten en lijnstukken wel altijd aangeven met een hoofdletter.
Benodigdheden: rekenmachine en een kladblaadje
Tip 1: Maak een toets bij voorkeur op een PC, laptop of iPad
Tip 2: Ook bij digitale toetsen maak je bij elke opgave een berekening in het klad.
[Kort antwoord] Hoeveel graden is een rechte hoek?
[Kort antwoord] Een hoek bestaat uit een hoekpunt en twee halve lijnen. Hoe noemen wij de halve lijnen van een hoek?
[Meerkeuze] Hoeveel graden is een inspringende hoek?
[Kort antwoord] Hoeveel graden is de hoekensom van elke driehoek?

[Kort antwoord] Welke lijn maakt een hoek van 90° met lijn 1?
[Meerkeuze] Welke lijnen staan loodrecht op lijn 3?

[Kort antwoord] Welke twee andere lijnen staan haaks op elkaar?
[Meerkeuze] Welke lijnen lopen parallel?
[Meervoudige selectie] Welke hoeken zijn scherp?

[Kort antwoord] Welke soort hoeken zie je bij de trappers?

[Schrijfopdracht] Bereken op het digitale kladblaadje ∠F van ∆ DEF als ∠D = 105o en ∠E = 35o.

Schat de hoeken met de boogjes. Bij deze opgave moet je wel letten op de juiste notatie.
[Tekenopdracht]
Schets ∆DEF met DE = 5 cm en ∠D = 40o en ∠E = 100o.
Vergeet niet alle bekende gegevens correct bij te schrijven.