Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library

Taal A2 PTO 3

star
star
star
star
star
Last updated about 4 years ago
48 questions
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
1
1
1
1
0
Question 1
1.

Question 2
2.

Question 3
3.

Question 4
4.

Question 5
5.

Question 6
6.

Question 7
7.

Question 8
8.

Question 9
9.

Question 10
10.

Question 11
11.

Question 12
12.

Question 13
13.

Question 14
14.

Question 15
15.

Question 16
16.

Question 17
17.

Question 18
18.

Question 19
19.

Question 20
20.

Question 21
21.

Question 22
22.

Question 23
23.

Question 24
24.

Question 25
25.

De meeste leerlingen helpen elkaar met huiswerk omdat ze sociaal zijn.
Benoem de woordsoort van het onderstreepte woord.

Question 26
26.

De meeste leerlingen helpen elkaar met huiswerk omdat ze sociaal zijn.
Benoem de woordsoort van het onderstreepte woord.

Question 27
27.

De jongen, van wie iedereen weet dat hij altijd als laatste eindigt, was vandaag nummer twee. Benoem de woordsoort van het onderstreepte woord.

Question 28
28.

De jongen, van wie iedereen weet dat hij altijd als laatste eindigt, was vandaag nummer twee. Benoem de woordsoort van het onderstreepte woord.

Question 29
29.

Het verbaast me hoe weinig jij weet over meneer De Jong die we nu al drie jaar als docent hebben. Benoem de woordsoort van het onderstreepte woord.

Question 30
30.

Ik kijk het hele jaar al uit naar de zomervakantie want dan ga ik met familie naar Spanje.
Benoem het voorzetselvoorwerp.

Question 31
31.

Poetin zal zich vroeg of laat moeten neerleggen bij het verliezen van de oorlog. Benoem het voorzetselvoorwerp.

Question 32
32.

Question 33
33.

Question 34
34.

Question 35
35.

Hij gaat niet naar het feest omdat hij ruzie heeft met Sven.
Is de zin neven- of onderschikkend?

Question 36
36.

Marit houdt van paardrijden en zij gaat iedere zaterdag de hele dag naar de manege.
Is de zin neven- of onderschikkend?

Question 37
37.

Ik (racen) ... bijna net zo hard als mijn vader in de karts.

Question 38
38.

Hij (racen) ... op zijn beurt weer harder dan mijn oom.

Question 39
39.

De laatste keer dat we hebben (racen) ... is door corona al wel lang geleden.

Question 40
40.

Het (gebeuren) ... me iets te vaak dat ik te laat in de les verschijn.

Question 41
41.

Je kunt zeggen wat je wil, maar Anne is dat nog nooit (gebeuren) ... .

Question 42
42.

Schrijf zo kort mogelijk op. Tussentoetsen en pto-toetsen.

Question 43
43.

Schrijf zo kort mogelijk op. Vakantiegeld en vakantiedagen.

Question 44
44.

Question 45
45.

Question 46
46.

Question 47
47.

Question 48
48.

Bedenk een zin met het woord bananenschil en een zin met de woorden bananen schil. Dit is een bonusvraag, maak hem in je schrift. Je krijgt er nu geen punten voor.

Er is in het Nederlands maar één wederkerig voornaamwoord.
True
False
Me kan zowel een wederkerend voornaamwoord als een persoonlijk voornaamwoord zijn.
True
False
Veel is een onbepaald rangtelwoord.
True
False
Er zijn vier soorten telwoorden.
True
False
Een nevenschikkend voegwoord kan een bijzin en een hoodzin verbinden.
True
False
Omdat en doordat zijn voorbeelden van onderschikkende voegwoorden.
True
False
Een betrekkelijk voornaamwoord wijst terug naar een woord dat eerder genoemd is, het antecedent.
True
False
Die kan zowel een wederkerend voornaamwoord als een persoonlijk voornaamwoord zijn.
True
False
Een voorzetselvoorwerp komt alleen voor in een zin met een werkwoord met een vast voorzetsel.
True
False
Het voorzetselvoorwerp begint altijd met een werkwoord.
True
False
In een hoofdzin staan persoonsvorm en onderwerp naast elkaar.
True
False
Een zin kan enkel uit bijzinnen bestaan.
True
False
Als een Engels werkwoord eindigt met een dubbele medeklinker, schrijven we in het Nederlands een enkele medeklinker.
True
False
Voor het vervoegen van Engelse werkwoorden in het Nederlands gelden andere spellingregels dan voor Nederlandse werkwoorden.
True
False
Een zin met twee of meer persoonsvormen noemen we een samengestelde zin.
True
False
Als je een samengestelde zin vragend maakt vind je de persoonsvormen.
True
False
Als je een woord uit een zin weglaat kun je een weglatingsstreepje plaatsen om het te vervangen.
True
False
Bij een klinkerbotsing gebruik je een koppelteken om uitspraakproblemen te voorkomen.
True
False
Als het tweede woord in een samenstelling begint met een 's', kun je niet goed horen of je een tussen-s moet gebruiken.
True
False
De juiste spelling is pannenkoek en niet pannekoek.
True
False
Zowel gebeurt als gebeurd komt in het Nederlands voor.
True
False
De meeste leerlingen helpen elkaar met huiswerk omdat ze sociaal zijn.
Benoem de woordsoort van het onderstreepte woord.
bepaald rangtelwoord
onbepaald rangtelwoord
bepaald hoofdtelwoord
onbepaald hoofdtelwoord
De jongen, van wie iedereen weet dat hij altijd als laatste eindigt, was vandaag nummer twee. Benoem de woordsoort van het onderstreepte woord.
persoonlijk voornaamwoord
betrekkelijk voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
vragend voornaamwoord
Het verbaast me hoe weinig jij weet over meneer De Jong die we nu al drie jaar als docent hebben. Benoem de woordsoort van het onderstreepte woord.
persoonlijk voornaamwoord
betrekkelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
wederkerig voornaamwoord
Ik ben een enthousiaste docent en moeder die het af en toe best pittig vindt om alle ballen hoog te houden. Deze zin is een:
enkelvoudige zin
samengestelde zin
Uit onderzoek blijkt dat tweederde van Nederland het eens is met de versoepelingen rond corona. Deze zin is een:
enkelvoudige zin
samengestelde zin
Ik ben al maandenlang tot over mijn oren verliefd op mijn buurmeisje Roos. Deze zin is een:
enkelvoudige zin
samengestelde zin
Selecteer de juiste spelling.
huis-aan-huisblad
huis-aan-huis-blad
huisaanhuisblad
Selecteer de juiste spelling.
asperge soep
aspergesoep
aspergessoep
Selecteer de juiste spelling.
school directeur
schooldirecteur
Selecteer de juiste spelling.
theezetten
thee zetten