Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library
Wetten van Newton en bijzondere krachten
By Hilde De Beuckeleer
star
star
star
star
star
Share
share
Last updated over 3 years ago
15 questions
Add this activity
Note from the author:
Instructions
1
1
1
1
2
1
2
1
3
3
1
1
1
1
0
via een verhaaltje over een bungeesprong herhaling van de leerstof over wetten van Newton, zwaartekracht, normaalkracht, gewicht
Kim neemt deel aan De Mol 2023. Met een Jeep rijdt ze naar een hoge brug, waar ze zal bungeespringen.
Jij neemt deel aan deze quiz via https://app.formative.com/join/WUEFST
Kijk nog snel je theorie na over
* valbeweging
* wetten van Newton
* zwaartekracht, normaalkracht, gewicht.
Afspraak: g ~~ 10 m/s².
Nu kan je hoofdrekenen i.p.v. tokkelen op je rekenmachine.
Question 1
1.
Kim moet eerst op de weegschaal gaan staan.
70 kg, verschijnt er.
Haar gewicht is dus ...
70 kg
70 N
700 N
Question 2
2.
De Jeep, 1000 kg, rijdt vooruit met constante snelheid aan 7,2 km/h (= 2,0 m/s).
De wrijvingskracht op de Jeep is 3,0 kN.
Hoe groot is dan de aandrijfkracht?
1,0 kN
2,0 kN
Question 3
3.
De Jeep stopt plots voor een konijtje dat de weg oversteekt.
De rugzak van Kim schuift van de achterzetel af naar voor.
Waarom gebeurt dat?
Er werkt een voorwaartste kracht op de rugzak.
Er werkt geen horizontale kracht op de rugzak.
Er werkt een achterwaartste kracht op de rugzak.
Question 4
4.
De Jeep rijdt nu weer aan 7,2 km/h (= 2 m/s), maar bergop.
De aandrijfkracht is nu ... in vergelijking met de vorige situatie.
kleiner
even groot
groter
Question 5
5.
Kim doet haar alpinistengordel om en wordt vastgemaakt aan de bungee.
Nog even moed verzamelen en dan springt ze.
Tijdens het eerste deel van de val, werkt de elastiek nog niet.
Na 0,5 s heeft ze een snelheid van ...
1 m/s
5 m/s
10 m/s
Question 6
6.
Ken heeft een massa die dubbel zo groot is als die van Kim en dus overgewicht.
Hoe groot is zijn snelheid na 0,5 s?
Half zo groot
Even groot
Dubbel zo groot
4 keer zo groot
Question 7
7.
Na 0,5 s is ze al een eind naar beneden geraakt in vrije val. Hoeveel meter?
1,25 m
2,5 m
5 m
Question 8
8.
Hoe groot is het gewicht van Kim tijdens deze vrije val?
(massa 70 kg, de elastiek werkt nog niet.)
0 N
70 N
700 N
Question 9
9.
Nu begint de elastiek te rekken.
De kracht die de elastiek uitoefent is momenteel nog kleiner dan de zwaartekacht.
Welke uitspra(a)ken zijn er juist?
De resulterende kracht staat naar beneden.
Question 10
10.
Question 11
11.
Op het diepste punt ...
is haar snelheid 0 m/s.
is haar versnelling 0 m/s².
is haar gewicht 0 N.
is de resulterende kracht 0 N.
Question 12
12.
70 N
Question 13
13.
Na een beetje op en neer wiebelen hangt ze stil.
Daarna wordt ze neergelaten met tot op een bootje onder de brug.
Dat gebeurt met een constante snelheid van 2 m/s.
Wat is er waar?
De resulterende kracht staat naar beneden.
De resulterende kracht is nul.
De resulterende kracht staat naar boven.
Question 14
14.
Ze wordt nog steeds neergelaten met een constante snelheid van 2 m/s.
Haar gewicht is nu ...
560 N
700 N
840 N
Question 15
15.
Einde van deze proef voor Kim en voor jou. Hoe voelt Kim zich?
Misselijk.
Opgelucht.
Prima, dat heeft ze goed gedaan!
Ze gaat haar leerstof nog eens herhalen. Ze wil graag nog meer oefeningen maken want het lukt nog niet zo goed.
3,0 kN
6,0 kN
10 kN
Ze remt af.
Ze versnelt minder snel.
Haar gewicht is kleiner dan normaal.
Haar gewicht is groter van normaal.
De elastiek rekt verder uit. Ze valt dieper dan het evenwichtspunt.
Welke uitspraken zijn er waar?
De resulterende kracht staat naar beneden.
De resulterende kracht staat naar boven.
Ze remt af.
Ze versnelt minder snel.
Haar gewicht is kleiner dan normaal.
Haar gewicht is groter van normaal.
Ze versnelt nu weer naar boven.
We meten op een bepaald tijdstip een snelheid van 2 m/s en een versnelling van 1 m/s².
Haar gewicht is dan ...
(massa 70 kg)
140 N
630 N
700 N
770 N
840 N