Leg uit waarom in de ene zin ‘voor mij’ geen meewerkend voorwerp is, maar in de andere zin wel
A Wil je voor mij een kaassoufflé meenemen?
B Wil je tijdens het concert niet voor mij gaan staan?
Welke vraag stel je om het meewerkend voorwerp te vinden?
Noteer persoonsvorm (pv), onderwerp (ow), werkwoordelijk gezegde (wg), lijdend voorwerp (lv) en meewerkend voorwerp (mv). Staat een zinsdeel niet in de zin? Vul dan niks in.
Wie van jullie wil het nieuws straks aan de buurman vertellen?
straks | Wie van jullie | het nieuws | wil | aan de buurman | vertellen | |
|---|---|---|---|---|---|---|
pv | ||||||
ow | ||||||
wg | ||||||
lv | ||||||
mv |
Is de bewering juist of onjuist?
Het meewerkend voorwerp geeft aan voor wie iets bestemd is.
Beantwoord de vraag
Welke werkwoorden kunnen géén meewerkend voorwerp bij zich hebben?
Geen mv mogelijk | |
|---|---|
verzenden | |
eten | |
meedelen | |
schrijven | |
aankomen |
Welke werkwoorden kunnen géén meewerkend voorwerp bij zich hebben?
geen mv mogelijk | |
|---|---|
huilen | |
overhandigen | |
verduidelijken | |
rijden | |
uitleggen |
In welke zin is ‘voor mij’ een meewerkend voorwerp?