Welke vraag stel je om het meewerkend voorwerp te vinden?
Question 2
2.
Question 3
3.
Is de bewering juist of onjuist?
Het meewerkend voorwerp geeft aan voor wie iets bestemd is.
Question 4
4.
Beantwoord de vraag
Welke werkwoorden kunnen géén meewerkend voorwerp bij zich hebben?
Geen mv mogelijk
verzenden
eten
meedelen
schrijven
Question 5
5.
Welke werkwoorden kunnen géén meewerkend voorwerp bij zich hebben?
geen mv mogelijk
huilen
overhandigen
verduidelijken
rijden
Question 6
6.
In welke zin is ‘voor mij’ een meewerkend voorwerp?
Leg uit waarom in de ene zin ‘voor mij’ geen meewerkend voorwerp is, maar in de andere zin wel
A Wil je voor mij een kaassoufflé meenemen?
B Wil je tijdens het concert niet voor mij gaan staan?
Aan/Voor wie + persoonsvorm + onderwerp?
Aan/Voor wie + werkwoordelijk gezegde + onderwerp?
Noteer persoonsvorm (pv), onderwerp (ow), werkwoordelijk gezegde (wg), lijdend voorwerp (lv) en meewerkend voorwerp (mv). Staat een zinsdeel niet in de zin? Vul dan niks in.
Wie van jullie wil het nieuws straks aan de buurman vertellen?