Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library
GT2 woordsoorten grammatica cloned 6/13/2022
By Karin Fellinga
star
star
star
star
star
Share
share
Last updated over 3 years ago
25 questions
Add this activity
Instructions
Kies het goede antwoord bij de vragen. Er is altijd maar een antwoord juist.
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Question 1
1.
Welke woordsoort vervangt een zelfstandig naamwoord en verwijst naar een persoon, dier of ding?
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Question 2
2.
Welke woordsoort geeft aan van wie iets is?
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Question 3
3.
Wat is geen voornaamwoord?
wie
wat
hoe
Question 4
4.
Wat zijn allemaal aanwijzende voornaamwoorden?
wie, die, deze, wat
die, deze, wat, dat
dit, dat, die, deze
Question 5
5.
Heb jij jouw tanden gepoetst? Welk woord is in deze zin het bezittelijk voornaamwoord?
jij
jouw
Question 6
6.
Joris heeft zijn fiets aan mij uitgeleend? Welk woord in deze zin is het persoonlijk voornaamwoord?
Joris
zijn
mij
Question 7
7.
Ik heb jeuk aan mijn neus. Welk woord in deze zin is het bezittelijk voornaamwoord?
ik
mijn
Question 8
8.
De
derde
prijs was voor Bas. Noem de juiste woordsoort van het vetgdrukte woord.
bijvoeglijk naamwoord
telwoord
Question 9
9.
Mijn oom heeft een boerderij
gekocht
. Noem de juiste woordsoort van het vetgdrukte woord.
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
zelfstandig naamwoord
Question 10
10.
Hij maakt leuke foto's van zijn katten. Welk woord in deze zin is een bijvoeglijk naamwoord?
leuke
foto's
zijn
katten
Question 11
11.
Wie heeft deze uitleg niet begrepen? Welk woord in deze zin is het aanwijzend voornaamwoord?
wie
deze
uitelg
Question 12
12.
In deze klas
willen
de leerlingen goede punten halen. Noem de juiste woordsoort van het vetgdrukte woord.
zelfstandig naamwoord
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
Question 13
13.
Op de eerste bladzijde vind je veel begrippen die je allemaal moet leren. Wat zijn de telwoorden in deze zin?
eerste, allemaal
eerste, veel
eerste, veel, allemaal
Question 14
14.
Het
leukste wat je haar kunt geven voor haar verjaardag is een fashioncheque. Noem de juiste woordsoort van het vetgdrukte woord.
lidwoord
telwoord
persoonlijk voornaamwoord
Question 15
15.
Met
wie
ga je het werkstuk maken? Noem de juiste woordsoort van het vetgdrukte woord.
aanwijzend voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
vragend voornaamwoord
Question 16
16.
Zo'n smartwatch is wel erg duur. Welk woord in deze zin is het bijvoeglijk naamwoord?
zo'n
smartwatch
duur
Question 17
17.
Voor deze opdracht mogen de leerlingen in de klas op hun mobiele telefoon kijken. Wat zijn in deze zin de voorzetsels?
deze, in, hun
voor, in, hun
voor, in, op
Question 18
18.
Vandaag is een jongen opgepakt op het station in Eindhoven door de politie. Wat zijn in deze zin de zelfstandige naamwoorden.
vandaag, jongen, Eindhoven
jongen, station, politie
vandaag, jongen, station, politie
jongen, station, Eindhoven, politie
Question 19
19.
Waarom geef je jouw fiets niet aan hem? Wat zijn de persoonlijke voornaamwoorden in deze zin?
je, jouw, hem
je, jouw
je, hem
Question 20
20.
Bas gaat met zijn moeder deze zomer
naar
Spanje. Noem de juiste woordsoort van het vetgedrukte woord.
bijvoeglijk naamwoord
voorzetsel
aanwijzend voornaamwoord
Question 21
21.
De moeilijkste opgaven staan vaak aan het einde van het hoofdstuk. Noem het bijvoeglijk naamwoord in deze zin.
moeilijkste
einde
hoofdstuk
Question 22
22.
Je hebt beloofd dat je mij zou bellen deze keer. Wat is een aanwijzend voornaamwoord in deze zin?
dat
deze
dat, deze
Question 23
23.
Kun
je mij vanmiddag even helpen? Noem de juiste woordsoort van het vetgdrukte woord.
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
vragend voornaamwoord
Question 24
24.
In de tweede pauze kopen veel leerlingen een broodje bij de catering. Wat is een telwoord in deze zin?
tweede
veel
tweede, veel
Question 25
25.
Morgen moet ik bij de tandaarts zijn om een gaatje te laten vullen. Wat is een voorzetsel in deze zin?
bij
om
bij, om