Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library
Grammatica GT3 zinsdelen
By Karin Fellinga
star
star
star
star
star
Share
share
Last updated over 3 years ago
15 questions
Add this activity
Instructions
Test je kennis over grammatica zinsdelen. Bekijk de zinnen goed en beantwoord de vragen correct. Succes!
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Question 1
1.
/De timmerman/ maakt / een nieuw plafond / in de badkamer./
Wat is de persoonsvorm in deze zin?
De timmerman
maakt
een nieuw pafond
Question 2
2.
/De kinderen/hebben/gisteren/de hele middag/buiten/gespeeld./
Wat is het werkwoordelijk gezegde in deze zin?
hebben
hebben gespeeld
hebben buiten gespeeld
Question 3
3.
/Kun/je/deze brief/voor mij/op de brievenbus/doen?/
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
je
deze brief
voor mij
Question 4
4.
De docent heeft het huiswerk op tijd in Magister gezet.
Maak correcte zinsdelen.
/De docent/heeft/het huiswerk/op tijd/in Magister/gezet./
/De docent/heeft/het huiswerk/op tijd in Magister/gezet./
/De docent/heeft/het huiswerk/op tijd/in Magister gezet./
Question 5
5.
/Kun/je/deze brief/voor mij/vandaag/op de brievenbus/doen?/
Wat is in deze zin de bijwoordelijke bepaling?
/voor mij/vandaag/op de brievenbus/
/voor mij/vandaag/
/vandaag/op de brievenbus?
Question 6
6.
/Wij/geven/oma/een taart/voor haar verjaardag./
Benoem het zinsdeel: voor haar verjaardag
/Voor haar verjaardag/ is een....
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Question 7
7.
/Waarschijnlijk/kan/ik/bij de Jumbo/werken./
Wat is de persoonsvorm in deze zin?
kan
kan ik
kan werken
Question 8
8.
/Zaterdag/heb/ik/een nieuwe broek/gekocht/in de stad./
Benoem het zinsdeel: een nieuwe broek
/een nieuwe broek/ is een....
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Question 9
9.
/Morgen/bak/ik/voor jou/pannenkoeken./
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
morgen
voor jou
pannenkoeken
Question 10
10.
/Tijdens de voetbalwedstrijd/heeft/Lars/zijn pols/gebroken./
Wat is het onderwerp in deze zin?
Tijdens de voetbalwedstrijd
Lars
zijn pols
Question 11
11.
/Gisteren/had/ik/het pakketje/van Bol.com /verwacht./
Wat is het werkwoordelijk gezegde in deze zin?
had
had verwacht
Question 12
12.
Kun je mij vanmiddag ophalen voor de training?
Maak correcte zinsdelen. Welke zin is dan juist?
/Kun/je/mij/vanmiddag/ophalen/voor de training?/
/Kun/je/mij/vanmiddag ophalen/voor de training?/
/Kun/je/mij/vanmiddag/ophalen voor de training?/
Question 13
13.
/Vorige week/was/ik/op vakantie/in Barcelona./
Benoem het zinsdeel: op vakantie
/op vakantie/ is het zinsdeel.....
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Question 14
14.
/Waarom/is/het meisje/aan het huilen?/
Wat is het werkwoordelijk gezegde in deze zin?
is
is aan het huilen
Question 15
15.
/De NS/bood/de gestrande reizigers/een kop koffie/aan./
Benoem het zinsdeel: de gestrande reizigers
/de gestrande reizigers/ is het zinsdeel....
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp