Geef een voorbeeld van hoe je merkt dat de taalontwikkeling van een lagere schoolkind erop vooruitgaat.
Hoe noemt de term die Freud gebruikt over de seksuele ontwikkeling van het lagere schoolkind?
Geef een voorbeeld van hoe je merkt dat de taalontwikkeling van een lagere schoolkind erop vooruitgaat.
Lagere schoolkinderen kunnen zich al beter inbeelden wat iemand anders waarneemt/denkt. Dit heet:
Wat kan je vertellen over de morele ontwikkeling van het lagere schoolkind?
Handelingen mentaal omkeren om terug te komen bij het beginpunt. Bijvoorbeeld: die heerlijke pannenkoek is gemaakt van deeg. Dat deeg is gebakken in de pan en gemaakt uit melk, bloem en eieren. --> Dit is een voorbeeld van?
Volgens Erikson zit het lagere schoolkind in welke fase?
Lagere schoolkinderen kunnen beter leren lezen en schrijven, hoe komt dit?
Waarom verdwijnen of veranderen er bepaalde eigenschappen?
Geef twee voorbeelden van eigenschappen die biologisch vastliggen.
Hoe noemen we groepen die ons bewust/onbewust beïnvloeden?
Identiteitsontwikkeling is een
Ellie draagt het liefst wat mannelijkere kledij. In te vrouwelijke kledij voelt ze zich niet goed. = voorbeeld van
Stef spreekt bijna elk weekend af met zijn neef. Hij heeft al sinds kleinsaf een goede band met hem. Zijn neef is belangrijk voor hem, net zoals de rest van zijn familie. = voorbeeld van
Erikson spreekt over verschillende tweestrijden binnen de verschillende levensfases.
Bij het lagere schoolkind is dit:
Tijdens de jongerenfase gaat dit over:
Op welke manier kunnen lichamelijke veranderingen invloed hebben op de ontwikkeling van je identiteit?
Welk deel van de hersenen staat in voor het risicogedrag/experimenteergedrag dat jongeren vertonen?
Tot hoelang is de prefrontale cortex in ontwikkeling?
Als je ouders regelmatig alcohol drinken, ben jij ook gevoeliger om dit ooit te doen. Dit is een ..... kenmerk
Waarom bezwijken jongeren vaak onder groepsdruk?
Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op risicogedrag bij jongeren.
Genetica =
Ouders die roken =
Studierichting die je volgt =
Plaats waar je woont =
Temperament =
Noem de vier elementen van geweldloze communicatie van Rosenberg
Noteer in eigen woorden het verschil tussen een stereotype en een vooroordeel.