Twa kɔ nsɛm atitiriw so
Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Laabri

Herhalingsopdracht

star
star
star
star
star
Last updated over 3 years ago
21 Nsɛmmisa

Geef een voorbeeld van hoe je merkt dat de taalontwikkeling van een lagere schoolkind erop vooruitgaat.

1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Ɛhia
1
Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
1.

Hoe noemt de term die Freud gebruikt over de seksuele ontwikkeling van het lagere schoolkind?

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
2.

Geef een voorbeeld van hoe je merkt dat de taalontwikkeling van een lagere schoolkind erop vooruitgaat.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
3.

Lagere schoolkinderen kunnen zich al beter inbeelden wat iemand anders waarneemt/denkt. Dit heet:

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
4.

Wat kan je vertellen over de morele ontwikkeling van het lagere schoolkind?

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
5.

Handelingen mentaal omkeren om terug te komen bij het beginpunt. Bijvoorbeeld: die heerlijke pannenkoek is gemaakt van deeg. Dat deeg is gebakken in de pan en gemaakt uit melk, bloem en eieren. --> Dit is een voorbeeld van?

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
6.

Volgens Erikson zit het lagere schoolkind in welke fase?

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
7.

Lagere schoolkinderen kunnen beter leren lezen en schrijven, hoe komt dit?

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
8.

Waarom verdwijnen of veranderen er bepaalde eigenschappen?

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
9.

Geef twee voorbeelden van eigenschappen die biologisch vastliggen.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
10.

Hoe noemen we groepen die ons bewust/onbewust beïnvloeden?

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
11.

Identiteitsontwikkeling is een , maar tijdens de adolescentie of ben je hier meer uitgesproken mee bezig.

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
12.

Ellie draagt het liefst wat mannelijkere kledij. In te vrouwelijke kledij voelt ze zich niet goed. = voorbeeld van

Stef spreekt bijna elk weekend af met zijn neef. Hij heeft al sinds kleinsaf een goede band met hem. Zijn neef is belangrijk voor hem, net zoals de rest van zijn familie. = voorbeeld van

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
13.

Erikson spreekt over verschillende tweestrijden binnen de verschillende levensfases.

Bij het lagere schoolkind is dit: versus .

Tijdens de jongerenfase gaat dit over: versus .

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
14.

Op welke manier kunnen lichamelijke veranderingen invloed hebben op de ontwikkeling van je identiteit?

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
15.

Welk deel van de hersenen staat in voor het risicogedrag/experimenteergedrag dat jongeren vertonen?

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
16.

Tot hoelang is de prefrontale cortex in ontwikkeling?

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
17.

Als je ouders regelmatig alcohol drinken, ben jij ook gevoeliger om dit ooit te doen. Dit is een ..... kenmerk

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
18.

Waarom bezwijken jongeren vaak onder groepsdruk?

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
19.

Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op risicogedrag bij jongeren.

Genetica =

Ouders die roken =

Studierichting die je volgt =

Plaats waar je woont =

Temperament =

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
20.

Noem de vier elementen van geweldloze communicatie van Rosenberg

Asemmisa {{asɛmmisaAhyɛnsode}}
21.

Noteer in eigen woorden het verschil tussen een stereotype en een vooroordeel.