Je voert een debat. In welke volgorde gaat het debat?
Stelling
Argument
Weerlegging
Standpunt
Conclusie
Tegenargument
Question 5
5.
Ik kan een standpunt onderbouwen met mijn mening
Question 6
6.
Ik vind dat pizza's gezond zijn omdat ik dat vind.
Ik vind dat pizza's gezond zijn omdat er groentes op zitten.
Ik vind dat mijn school ver is van mijn huis is, omdat ik moe ben als ik aankom op de fiets.
Ik vind dat mijn school ver is van mijn huis omdat er 25 kilometer tussen zit.
Ik vind dat mijn school ver is van mijn huis omdat ik 50 minuten moet reizen.
Ik vind dat iedereen met een kind, ook een kat moet hebben, omdat kinderen dan leren hoe ze met dieren om moeten gaan.
Ik vind dat iedereen een kat moet hebben, omdat het lieve beesten zijn.
Goed argument
Slecht argument
Question 7
7.
Bij je debat krijg je _______ . Daar heb je een mening over, dat heet een _______ . Om die te ondersteunen, gebruik je een _______ . Daarna geeft jouw tegenstander een _______ , die jij moet _______ .