Voor het proefwerk leer je de perfecto en de indefinido --> deze dien je te kunnen gebruiken.
Leer de onregelmatige vormen die op het heilige blaadje staan in Classroom.
I. Vul nu alleen de vorm in van de infinitivo, in de INDEFINIDO. Je hoeft het persoonlijk voornaamwoord niet te herhalen! Ook hoef je geen hoofdletters of punten te gebruiken. Let wel goed op de accenten.
De regelmatige en de onregelmatige staan door elkaar.
Question 1
1.
trabajar, yo
Question 2
2.
viajar, tú
Question 3
3.
escribir, él
Question 4
4.
vivir, nosotros
Question 5
5.
beber, ellos
Question 6
6.
comer, vosotros
Question 7
7.
permitir, ella
Question 8
8.
perder, nosotros
Question 9
9.
terminar, vosotros
Question 10
10.
aprender, ellas
SER en IR (zijn en gaan) zijn complete uitzondering in de indefinido.
Question 11
11.
III. Geef nu de juiste vormen van deze werkwoorden aan in een reeks. Zet ze achter elkaar, gescheiden door een komma en een spatie zoals in het voorbeeld:
ben, bent, is, zijn, zijn, zijn
Het gebruik, el uso del indefinido y el perfecto.
Vul in de onderstaande zinnen de juiste vorm van de indef. of de perf. in, zonder het persoonlijk voornaamwoord. Let bij de perf. op het hulpwerkwoord.
Question 12
12.
Esta mañana (desayunar, yo) dos tostadas con tomate.
Question 13
13.
Anoche no (trabajar, yo)
Question 14
14.
Mis amigos (viajar, ellos) en Costa Rica hace tres años.
Question 15
15.
Hoy no (trabajar, vosotros) mucho.
Question 16
16.
Ayer (ser) un mal día.
Question 17
17.
¿Adónde (ir, tú) el otro día? (toen, die ene dag)
Question 18
18.
En octubre el señor (perder) la ruta en las montañas.
Question 19
19.
En 2010 (mudarse, nosotros) dos veces, mi familia y yo.
Question 20
20.
¿(olvidar, tú) nuestra cita esta semana?
Question 21
21.
El año pasado (llegar, ellos) muchos viajes del extranjero.
Question 22
22.
¡Me lo terminar (tú) hace un minuto!
Question 23
23.
Todavía no me (escribir, él).
Question 24
24.
(Terminar, yo) la serie en Neftlix el fin de semana pasada.