(Had ik al mijn spullen mee?)
(Ben ik direct aan mijn opdracht begonnen of ben ik eerst met anderen gaan kletsen?)
(Kon ik mij goed concentreren en heb ik de opdracht(en) af kunnen maken?)
Hoe goed heb ik deze les(sen) de taak uitgevoerd?
(is het correct gedaan of niet?)
(Heb ik mijn huiswerk gemaakt voor deze les?)
(Heb ik het nieuwe huiswerk opgeschreven?)
(Heb ik deze les goed samengewerkt met mijn maatje(s)?)
Heb ik deze les goed zelfstandig gewerkt of liet ik mij veel afleiden?)
(Begreep ik wat ik moest doen deze les? Had ik daar de juiste spullen voor mee?)
(Heb ik goed geluisterd naar kritiek en ben ik daar goed mee omgegaan?)