Log in
Sign up for FREE
arrow_back
Library

4A3: inleiding microbiologie (H1)

star
star
star
star
star
Last updated over 7 years ago
15 questions
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
Question 1
1.

Het subspecialisme binnen de microbiologie dat voornamelijk schimmels bestudeerd is:

Question 2
2.

Binnen de microbiologie worden levende wezens onderzocht die nooit met het blote oog zichtbaar zijn.

Question 3
3.

Geef een synoniem voor microscopisch kleine levende wezens.

Gebruik geen hoofdletters.
Question 4
4.

Klinische microbiologie houdt zich ook bezig met het bestuderen van micro-organismen die dieren ziek maken.

Question 5
5.

Klinische microbiologie onderzoekt alle mogelijk ziekten.

Question 6
6.

Leg het tweeledig belang uit van klinische microbiologie

Question 7
7.

Van welke soort bron om de micro-organismen te visualiseren maakt de elektronenmicroscoop gebruik?

Question 8
8.

Met welke microscoop kunnen virussen gevisualiseerd worden?

Question 9
9.

Welke van de onderstaande uitspraken is NIET correct?

Question 10
10.

Ons lichaam komt in contact met antistoffen waardoor we antigenen aanmaken.

Question 11
11.

Antistoffen zijn ..... die worden aangemaakt door het lichaam om zich te verdedigen tegen antigenen.

Vul het ontbrekende woord in. Gebruik geen hoofdletters.
Question 12
12.

Hoe wordt een voedingsbodem genoemd met micro-organismen erop?

Gebruik geen hoofdletters.
Question 13
13.

Leg in eigen woorden uit hoe de bacteriële kweek wordt uitgevoerd.

Question 14
14.

Waarom weten de microbiologen na het bepalen van antistoffen welk micro-organisme het lichaam is binnengedrongen?

Bekijk het volgend YouTube filmpje. Het is een Engelstalig filmpje, maar kijk vooral naar wat er gebeurt.
Question 15
15.

Beantwoord de volgende vragen op basis van het bovenstaande YouTube filmpje:1) Welke test wordt hier uitgevoerd? 2) Hoe worden de personen genoemd die deze test uitvoeren? 3) Hoe noemt het waar de schijfjes op worden gelegd? 4) Wat zijn de schijfjes? 5) Wat kun je afleiden uit deze test? 6) Waarom is het nodig om deze test uit te voeren?