bwb
In de volgende zin staan 3 bijwoordelijke bepalingen: Morgen ga ik samen met oma een ijsje halen.
Gisteren zouden wij op het Ijsselmeer gaan zwemmen.
Vanmorgen heeft hij haar het nieuws al verteld.
In de volgende zin staat 1 bijwoordelijke bepaling: Door het droge voorjaar is het waterpeil gezakt.
Wat is/zijn de bijwoordelijke bepaling(en) in de volgende zin: Na de onweersbui kwam ze snel haar fiets ophalen.